Voorwoord | Het boek van mijn leven


Het levensverhaal van Josephine Peeters (*)

Vanop de twaalfde verdieping van een majestueuze woontoren aan de Brederodestraat heeft Josephine Peeters me verteld over het leven dat haar overkwam. Over de band met haar moeder en de rol die haar vader speelde. Over anorexia, mishandeling en de liefde die wegbleef.

Niet iedereen staat op de eerste rij wanneer de kanskaarten van het leven worden uitgedeeld.

De 72-jarige Josephine is een geboren Antwerpse die opgroeide op het Zuid. Met haar twee jaar jongere broer Jan aan haar zijde beleefde ze een vrij zorgeloze kindertijd. De twee maakten samen talloze kampen of speelden poppenkast voor wie het zien wilde. Het DSC_1002gezin ging jaarlijks met de auto tot Spanje, waar ze dromerige vakanties beleefden. Daar zwommen ze tot ze hun benen niet meer konden voelen.

Dat prille levensgeluk werd nu en dan overschaduwd door een moeilijk
te vatten tirannie die in haar vader huisde. Het gezin werd op de proef gesteld, wat op de ene een meer zichtbare stempel drukte dan op de andere. Josephine ontwikkelde een eetstoornis. In een tijd waarin anorexia voor de medische wereld nog een aandoening was waarover ze hooguit gelezen hadden, werd de jongevrouw een speelbal van instellingen en klinieken.

Toch leek het leven haar na verloop van tijd weer toe te lachen. Ze was een prille twintiger toen ze Frank ontmoette, een man met wie haar volwassen leven uit de startblokken kon schieten. Het duurde echter niet zo vreselijk lang alvorens ze in de gaten kreeg dat hij hetzelfde temperament als haar vader bezat. Frank was vaak hondsbrutaal en zonder respect. Na vijf moeizame jaren zette ze een punt achter de relatie. Haar vertrouwen in mannen begroef ze ergens diep in zich.

Ze stortte zich op haar werk en investeerde in de relatie met haar moeder. De jaren vlogen voorbij. Pas recent kreeg ze in de gaten dat ze in alle stilte een zeventiger was geworden.

[…]


Het levensverhaal van Herman Wachters (*)

Van meet af aan was hij duidelijk: een avonturier of wereldverbeteraar was hij nooit geweest, noch had hij grootse daden gesteld waarover hij urenlang zou kunnen uitweiden. In feite was er vanuit zijn oogpunt niks wat zijn leven het optekenen waard maakte.

Herman Wachters, een man die uitblinkt in bescheidenheid en zelfrelativering.

Hij kwam ter wereld in Brussel, verruilde op zijn derde die grootstad voor het (in omvang) iets bescheidener Antwerpen. Opgroeien deed hij in Zurenborg. Dat hij broers noch zussen had, vond hij best jammer. Vandaag denkt hij weleens dat die afwezigheid zijn schuchtere aard versterkte. Dat hij zo het jongetje werd dat op school ergens achteraan de zaak in stilte had staan observeren.

DSC_0985De oorlog liet op Herman een onuitwisbare indruk na. Vandaag herinnert hij zich nog steeds hoe die rond vier vijf uur ’s ochtends begon met een mededeling van zijn vader, die haast even terloops als gewichtig had geklonken: ‘’t Is oorlog, manneke.’ Hij herinnert zich hoe de meeste buurtbewoners naar Frankrijk vluchtten, terwijl zij bleven. Hoe er gebombardeerd en
gerantsoeneerd werd. Hoe de jacht werd geopend op Joden. Voor de familie Wachters zat er niks anders op dan zich te schikken in hun lot, de grillen die met zulke tijden gepaard gaan lijdzaam te aanvaarden en er ondanks alles het beste van te maken.

Puberen deed hij niet, daar was Herman de (jonge)man niet naar. Zijn verdere tienerjaren verliepen dan ook zonder kleerscheuren of incidenten. Op zijn achttiende ging hij farmacie studeren in Leuven, terwijl hij dagelijks bleef thuiskomen in de vertrouwdheid van het dorpse Zurenborg. Het was in die periode dat hij Jeanne ontmoette, het buurmeisje dat later zijn vrouw werd.

Samen stichtten ze een gezin – hun zonen noemden ze Theo en Vincent – en vestigden zich in de Lange Leemstraat. De buurt waar ze beiden opgegroeid waren, bleef zo geruststellend dichtbij. Na wat getreuzel waaraan hij geen deel had, nam Herman de apotheek over die eerder zijn stageplek was geweest. In de jaren die volgden, veranderde het uitzicht van de buurt. Handelszaken kwamen en gingen, zijn apotheek groeide uit tot een van de zeldzame vaste waarden.

Gedurende drie namiddagen blikte ik met Herman terug op een bestaan van voorzichtige ambities en weloverwogen keuzes. Bereidwillig leverde hij zich over aan de vaak onomwonden vragen die ik hem voor de voeten wierp. Telkens had hij diep in zichzelf en zijn verleden gegraven naar het antwoord dat het meest passend de realiteit van toen – en hoe hij die ervaren had – deed herleven. Zijn eloquent geformuleerde zinnen getuigden van een helderheid en intelligentie die zeldzaam is, niet alleen voor een tachtiger.

Zo gebeurde het dat ik kennismaakte met de levensloop van een stille voorvechter van het kleine geluk. Herman had immers nooit de behoefte gevoeld om het lot naar z’n hand te zetten. ‘Je moet redelijk blijven’, argumenteerde hij. Alsof voorzichtigheid een uitleg behoefde. In ruil voor die terughoudendheid kreeg hij precies wat hij verlangde: oprecht geluk op mensenmaat.

[…]


Het levensverhaal van Jeanne Vanstaen (*)

Levenslustig en nuchter. Zo staat Jeanne Vanstaen in het leven. Opgeruimd ook, om een adjectief te gebruiken dat ze zelf graag hanteert. De afgelopen tachtig jaar proefde ze gretig van wat het lot haar voor de voeten wierp. Zo ontdekte ze in de academie van Schoten haar tweede natuur. Ze leerd
e schilderen en tekenen, ze leerde kijken naar kunst. Als prille twintiger waagde ze zich aan theater, wat ze langer dan een kwarteeuw deed. Ontelbare rollen en teksten huizen vandaag nog steeds in haar hoofd. ‘Ik vind het plezant dat ik zo veel dingen gedaan heb, ik heb me geen moment verveeld.’ Woorden die ze sprak met pretlichtjes in de ogen.

Stilzitten kan ze nog steeds niet. Toen we elkaar voor het eerst ontmoetten, was ze even tevoren nog druk in de weer geweest met het verstellen van broeken. In de voorgaande maanden had ze best wat kilo’s verloren. Haar gezondheid had te
wensen overgelaten. Ze had zich verzet, ze had geknokt. Uiteindelijk was ze – met een maatje minder – uit het ziekenhuis teruggekeerd naar haar vertrouwde serviceflat in Antwerpen-Noord. Verrassend? Bepaald niet. Jeanne is een doorbijter, een vechter.
DSC_1002Doorheen haar leven heeft ze haar portie tegenspoed wel gehad. Jeannes moeder verloor in haar laatste levensjaren geleidelijk haar zicht. Zij had haar verzorgd tot het einde, dat wrang en genadeloos was geweest. Op de koop toe was Jeanne zelf nauwelijks elf jaar huwelijk gegund. Haar echtgenoot stierf in haar armen, zij moest alleen verder. Ondanks een onpeilbaar verdriet werd Jeanne nooit een verbitterde vrouw. De kaart van zelfmedelijden zou ze nimmer spelen. Al die tijd bleef ze zich bewust van wat ze nog had. Van de mensen waarmee ze zich had weten omringen, van de vriendschap en warmte die ze ontving, en schenken mocht.

Gedurende drie namiddagen luisterde ik naar Jeannes vertelling van tachtig gretig geleefde levensjaren. Steeds had ze een schriftje binnen handbereik. Ter voorbereiding had ze alvast zelf haar levensverhaal neergepend. Ze had me uitgelegd dat een resem operaties – in feite waren het de onvermijdelijke narcoses geweest – haar geheugen had doen haperen. Herinneringen waren vervaagd, jaartallen en gebeurtenissen hadden zich vermengd. Alleen wanneer ze een pen ter hand nam, was de mist in haar hoofd opgetrokken. Pas dan hervond ze een vertrouwde helderheid, die haar toeliet om nuchter en weloverwogen stil te staan bij de pieken en dalen van haar eigen bestaan.

[…]

(* Uit respect voor de privacy van de betrokkenen werden alle namen en andere feitelijke gegevens gewijzigd.)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s