De queeste van Johan Van Dyck: ‘Zo zette ik het Seefbier opnieuw op de kaart’

Zes jaar lang was hij marketingdirecteur bij Duvel Moortgat. In de voormiddag een meeting in Londen, ’s avond een zakendiner in Parijs. Onder zijn bewind zag de brouwerij op een tanende biermarkt de populariteit van haar speciaalbieren de hoogte ingaan. Het economisch magazine Trends knikte goedkeurend, en kroonde hem in 2010 tot Marketeer van het Jaar. Tot hij in december vorig jaar besloot het over een andere boeg te gooien. In een vergeten boekje had hij gelezen over het Seefbier, een bier dat een eeuw geleden een tijdlang immens populair was. Intussen was het volledig vergeten, zelfs het receptuur was nergens nog te vinden. Gedurende drie jaar ging hij op zoek. Het verhaal van de queeste van Johan Van Dyck, de man die het Seefbier opnieuw op de kaart zette. 

Een brouwer interviewen doe je op café, zo hoort dat nu eenmaal. Ik tref Johan Van Dyck op het terras van café Zeppelin aan het Damplein. De kroeg die de zaakvoerders van eetcafé Caravan een halfjaar geleden openden om jong en alternatief Antwerpen ook ‘s avonds naar de buurt achter Park Spoor Noord te lokken. Een Seefbier, knik ik wanneer me gevraagd wordt wat ik drink. Wie zichzelf een beetje welwillend wil opstellen, kan bij een ontmoeting als deze onmogelijk frisdrank of koffie drinken. Tenslotte weet ik zo ook meteen waarover hij dadelijk uitbundig zal vertellen.

In december vorig jaar bracht Johan Van Dyck (37) de bierwereld nog even aan het wankelen. Bij Duvel Moortgat had hij toen ruim zes jaar als marketingdirecteur achter de kiezen. Een periode die niet onopgemerkt voorbijgegaan was. Van Dyck had de speciaalbieren van de brouwerij opnieuw rijkelijk doen vloeien. Een mooie verdienste, in het bijzonder omdat de biermarkt de jongste jaren stevig wat klappen had gekregen. Toch besliste hij dat het zo wel mooi was geweest. Hij schudde Michel Moortgat de hand, bedankte hem voor tal van opportuniteiten, en liet weten dat hij voortaan zijn eigen bier zou brouwen. Ahum?

“Een allesbehalve voor de hand liggende keuze”, zegt Johan Van Dyck nu. “Voor heel wat mensen kwam dat bericht als een donderslag bij heldere hemel. Natuurlijk was er heel wat gepieker en getwijfel aan voorafgegaan. Niet evident trouwens om zo’n boodschap bij je vrouw aan te brengen. (lacht) ‘Schat, even een ideetje. Ik heb een mooie job, maar eigenlijk wil ik die liever opgeven. Ik wil mijn eigen bier gaan brouwen. Eentje dat zo’n honderd jaar geleden verdwenen is en waar vandaag nauwelijks iemand van gehoord heeft, waarschijnlijk ook niet echt op zit te wachten. Toch wil ik graag al onze spaarcenten in dat bier investeren. Die nieuwe badkamer zal dus nog niet voor meteen zijn. Ik zal ook een fiks bedrag moeten gaan lenen, want dat bij elkaar gespaarde kapitaal zal lang niet voldoende zijn. Ohja, zei ik al dat ik tijdens die beginperiode helemaal niks zal verdienen? En dan nog is het afwachten of dat bier bij het grote publiek in de smaak zal vallen. Het lijkt me sowieso al beter wanneer jij opnieuw gaat werken, in plaats van voor de kinderen te zorgen… Wat denk je, schat? Zullen we de sprong wagen?’ (lacht) Gelukkig was mijn vrouw van bij het begin nauw betrokken bij het Seefbier en de zoektocht die aan die ingrijpende beslissing voorafging.”

Fantasie op hol

Johan Van Dyck is echtgenoot, vader van twee – een derde is op komst – en sinds die decemberdag ook voormalig topmanager bij Duvel Moortgat. Hij is het allemaal, en tegelijk is hij een man van 37 met een jongensachtige glinstering in de ogen. Was hij dertig jaar jonger, je zou hem onmiddellijk verdenken van kattenkwaad. Maar op zijn leeftijd bepaalt dat speelse hem op een heel andere manier. Hij houdt van een uitdaging. Wat het leven hem ook voor de voeten werpt, hij weet er wel weg mee.

En precies daarom hertekende een schijnbaar onbeduidende vondst op een winteravond aan het einde van 2008 zijn leven radicaal. “Ik schuifelde langs de rekken in de stadsbibliotheek, toen mijn oog viel op een boekje dat thematisch in de lijn lag van wat enorm fascineert. Een werkje over bier”, lacht hij. “Verdwenen brouwerijen in en rond Antwerpen, geschreven door een zekere Guy Verdonck. In het boek staan alle brouwerijen opgelijst die de voorbije honderd jaar in de stad en de omliggende gemeentes gevestigd waren.”

Gefascineerd en later ook verrast door de rijke biergeschiedenis van Antwerpen, zou het boekje in de periode die volgde zijn gids worden. “Het boek was zo opgedeeld, dat je per deel van de stad of per gemeente kon zien welke brouwerijen er vroeger geweest was. Telkens werd aangegeven waar die precies gevestigd was, kreeg je wat informatie mee over de geschiedenis van de brouwerij en de brouwersfamilie. En dus sprong ik op mijn brommer en reed ik die verschillende locaties af om te zien wat er op die plaatsen nog terug te vinden was van dat stukje brouwersgeschiedenis. Bij wijze van hobby. (lacht) Wanneer die gebouwen er dan nog stonden, nam mijn fantasie het algauw van mij over. Ik ging me voorstellen wat er in die tijd allemaal gebeurd moest zijn, hoe het er aan toe ging. Hoe meer ik erover las, hoe meer dat brouwverleden van de stad me begon te intrigeren. Ik haalde ook andere werken in huis en las me te pletter. Het boek van Guy Verdonck was op zich een goede start, maar vaak was het erg onvolledig. Heel wat vragen bleven onbeantwoord.”

Ondergrondse Tonnen

In de middeleeuwen werd het bier door de vrouw des huizes gebrouwen, als een van de vele huishoudelijke taken. Dat wist Johan Van Dyck natuurlijk al langer. Maar hij kwam bijvoorbeeld te weten dat later nog heel wat brouwers gevestigd waren in de Kammenstraat. Dat het bier kammen een onderdeel vormde van het proces, en dat de huidige straatnaam hiernaar verwijst. Hij las ook over stadsontwikkelaar avant la lettre Gilbert Van Schoonbeke, die aan het einde van de 16de eeuw – toen het brouwen net als alle andere ambachten georganiseerd werd door de gilden – op een plaats in de stad werd samengebracht. “De Brouwersvliet was een soort industriezone. Tot een heel eind in de 20ste eeuw werd de biernijverheid op die manier georganiseerd”, legt Johan uit.

Maar door de technologische ontwikkelingen zouden deze ambachtelijke brouwers uiteindelijk de duimen moeten leggen voor marktspelers die een meer geavanceerde, industriële aanpak hanteerden. “En er waren nog andere veranderingen die buiten hun wil om de bierbrouwerswereld op z’n kop zetten. Zo werd in de Tsjechische stad Pilzen een nieuw bier uitgevonden, pilsbier. Hoe kan het ook anders. (lacht) In tegenstelling tot wat toen gebruikelijk was, was dit een bier met een lage gisting. Wat wil zeggen dat het gist op lage temperaturen. In Tsjechië was dat geen probleem, het bier werd er in tonnen gestopt en gekoeld onder de grond. Ook in Duitsland werd het een hit. Omdat de Antwerpse ambachtelijke brouwers de investering van koelinstallaties financieel niet aankonden, werd het steeds populairder wordende pilsbier vanuit Duitsland ingevoerd. Heel wat Antwerpse brouwerijen gingen op de fles, tal van lokale bieren werden niet langer gebrouwen.”

Broeierig uitgaansleven

Gefascineerd door het Antwerpse bierverleden bleef Johan Van Dyck allerhande werken in huis halen. Hij las het boek van Guy Verdonck – waarmee het allemaal begon –in combinatie met andere boeken. “En dan was er die ene vermelding die me geweldig intrigeerde”, zegt hij lacherig mysterieus. “Verdonck had het over het Seefbier, hét Antwerpse streekbier dat van het begin van de 19de eeuw tot na de Eerste Wereldoorlog buitengewoon populair was. Het werd gedronken in een volkse buurt met een broeierig uitgaansleven. Dat moet behoorlijk legendarisch geweest zijn, want de naam van het bier dat er gedronken werd, bleef hangen. Een hele wijk (de Seefhoek, red.) werd er zelfs naar vernoemd.”

Het Seefbier bleef door zijn hoofd spoken, hij had er nooit eerder van gehoord. “Natuurlijk was er die ene vermelding die mijn fascinatie wilde temperen. ‘Helaas is het bier verdwenen en ging het receptuur verloren’, schreef Guy Verdonck. Door de toenemende populariteit van het ingevoerde pilsbier”, legt Johan Van Dyck uit. “Plaatselijke brouwers konden niet langer overleven, en dus werd uiteindelijk ook het Seefbier niet meer gebrouwen. Toch kon ik onmogelijk geloven dat over een bier dat ooit zo populair was niks zou terug te vinden zijn.”

‘Achterlijk en onzinnig’

Wie zich verdiept in oude bieren en hun receptuur, botst in geen tijd op Hendrik Verlinden. “Een gerenommeerde biochemicus uit Brasschaat, die in 1916 schreef dat het Seefbier hét bier van de toekomst was. Op korte termijn zat hij er dan wel naast – tien jaar later was het verdwenen – maar het kan natuurlijk ook dat hij een visionair was. Wie weet sprak hij wel over honderd jaar later”, grapt Johan Van Dyck. “Nee, Verlinden roemde het Seefbier omdat het een ongefilterd bier was. In die tijd leefde de overtuiging dat in bier heel wat vitaminen en voedingsbestanddelen zaten, die er bij gefilterde bieren uit verdwenen waren. Graag had Verlinden meer geweten over hoe de bieren tot stand kwamen, maar in zijn boek uit die tijd schreef hij dat de Antwerpse brouwers dat helaas geheim hielden. Iets wat hij ‘achterlijk en onzinnig’ noemde. En zo weten we meteen ook op welke toon in die tijd wetenschappelijke werken werden geschreven.” (lacht)

Verlinden was professor op het vlak van bier brouwen. Het feit dat zelfs een man als hij in de periode dat het Seefbier nog gebrouwen werd het receptuur niet wist te achterhalen, plaatste Johan Van Dyck des te meer voor een uitdaging. “Verlinden formuleerde wel een paar vermoedens over de bestanddelen, maar uiteindelijk kon zelfs hij niet zeggen hoe de brouwers dat troebele en die kruidige smaak erin kregen. En dus zocht ik verder. Ik heb eindeloos het internet afgespeurd, heb ik bibliotheken onnoemelijk veel boeken over bier brouwen in huis gehaald. Ik ging ook aankloppen bij heemkundige kringen. Dat bracht me toch al op een zeker spoor. Via hen kwam ik uit bij een aantal brouwerijen waar het Seefbier indertijd nog gebrouwen werd.”

Hij probeerde te weten te komen welke families er achter die brouwerijen schuilgingen. “Was hun naam Janssens of Peeters, dan was het al bij voorbaat een vergeefse moeite. Er is geen beginnen aan om via het telefoonboek op zoek te gaan naar nazaten. Ging het om een meer unieke naam, dan kon dat wel. Soms kon de heemkundige kring me wel helpen. Geregeld kreeg ik uitvallen te horen als ‘Ochja, natuurlijk! Dat is nog familie van…’ (lacht) En dan ga ik daar langs, in de hoop dat zij nog teksten of fragmenten of misschien wel verhalen kenden uit die periode.”

Onderzoeksjournalist

In die periode was Johan Van Dyck nog steeds marketingdirecteur bij Duvel Moortgat. Met de regelmaat waarmee een gewone sterveling de bus neemt, sprong hij op het vliegtuig. Zijn agenda stond bol van vergaderingen en zakenlunches in Europese grootsteden. Overdag was hij een drukbezette zakenman, ’s avonds ontpopte hij zich tot onderzoeksjournalist. “Met het voorwendsel dat ik een boek aan het schrijven ben over bier, meldde ik me aan en vroeg ik naar informatie. (lacht) Op dat moment was ik vooral geïnteresseerd door het gegeven dat het Seefbier een ander type bier was, ik wilde weten hoe dat proefde.”

Al erg vroeg liet hij de naam Seefbier beschermen. “Ik had me zo verwoed in die zoektocht gegooid. Ik wilde niet dat op het moment dat ik misschien het receptuur in handen had, iemand anders een bier op de markt zou brengen onder die naam. Dat risico mocht ik niet lopen. Anderzijds kon ik ook niet onder mijn naam die aanvraag indienen. Als marketingdirecteur bij Duvel Moortgat zou ik zo mogelijk slapende honden wakker maken. Ik wilde niet dat anderen – mogelijk concurrenten -. weet kregen van mijn droom om het Seefbier opnieuw op de markt te brengen. En dus deden we de aanvraag op naam van mijn vrouw. Net zoals we soms ook informatie aanvroegen op haar naam, onder het mom van een thesis waarna ze werkte.”

Twee jaar lang was hij op zoek zonder dat er enig waardevol resultaat uit kwam. “Je komt natuurlijk wel veel verhalen over brouwerijen en brouwersfamilies. Ongelooflijke familiesaga’s over mensen klein begonnen, maar geleidelijk aan de top geraakten. Om dan vaak opnieuw in verval te geraken en te verdwijnen. Teksten en fragmenten waarin ook integrale dramatische wendingen in beschreven staan. En als je dan zo’n rijke fantasie hebt als ik , doet dat wel dromen”, glimlacht Johan. “Ik ben achteraf ook bij een aantal nazaten van die families op bezoek geweest. Ik kon hen verhalen vertellen waarvan ze zelf niet op de hoogte waren, onbekende stukken familiegeschiedenis. Ik zie het nog gebeuren dat ik op een dag weldegelijk een boek uitgeef waarin ik die verhalen en foto’s bundel. En kijk, dat is mijn leugentje om bestwil ook meteen waarheid geworden.”

Geen vrouw in brouwerij

Na eindeloze zwerftochten langs de nakomelingen van brouwersfamilies, werd zijn geduldig zoeken eindelijk beloond. “Een van de families die ik gecontacteerd had, liet me later weten dat ze nog tekst- en fotomateriaal hadden teruggevonden. Waaronder een volledig uitgeschreven receptuur! Hun overgrootvader was nog meestergast geweest in een brouwerij. Toen hij die overnam, had hij een handleiding gekregen waarin zowat alles beschreven stond dat je als brouwer in spe diende te weten. Ook heel wat praktische tips waren opgelijst. Een van de leukste? ‘Laat nooit een vrouw in de brouwerij, want dan wordt het bier zuur’. Levenswijsheden van honderd jaar terug”, voegt hij er lachend aan toe. “Maar goed, eindelijk hadden we een volledig uitgeschreven receptuur in handen.”

Van opleiding is Johan dan wel economist, hij schoolde zich later ook in biochemie en brouwen. Hij kent het proces, hij kan brouwen. En dus wist hij ook meteen dat met het receptuur in handen het bier nog niet noodzakelijk korte tijd later schuimend bier voor z’n neus zou staan.  “Wanneer je vandaag een bierreceptuur in handen krijgt, is dat zuivere biochemie. Van waterhardheid tot pH-waarde en temperatuurschommelingen, het proces staat tot in het kleinste detail beschreven. Een receptuur van een eeuw geleden is een pak minder gedetailleerd. Ook zijn de installaties zijn vandaag van een heel andere aard. Het totstandkomingsproces naar vandaag vertalen is een niet te onderschatten klus waarvoor ik hulp nodig had.”

Maar eerst moest hij de juiste ingrediënten in handen hebben. Seefbier wordt gebrouwen met gerst, tarwe, haver en boekweit. “Het ene is al wat makkelijker te vinden dan het andere, maar uiteindelijk kan je er wel aangeraken. Ook Belgische hop komt eraan te pas. Als je de weg naar Poperingen kent, krijg je ook die wel te pakken. Het meest problematische bestanddeel was de gist. In het receptuur stond die niet beschreven, terwijl die net heel bepalend is voor de smaak.” Johan trok dan maar naar de KU Leuven. Binnen de faculteit Biochemie heeft de universiteit de opleiding Brouwen. Aan het hoofd staat professor Freddy Delvaux. “Zijn team is internationaal vermaard. Brouwen is en blijft een organisch proces. Het gebeurt dat er in een brouwerij iets misgaat, zonder dat ze precies de vinger kunnen leggen op de oorzaak. In dat geval wordt er iemand van het team van professor Delvaux bijgeroepen”, weet Johan Van Dyck. “Absolute wereldtop, al wist ik dat ik hen nooit zou kunnen betalen.”

Hét moment

Schoorvoetend trok hij dan maar naar Leuven, met de vraag of ze hem vrijwillig wilden helpen met het invullen van die laatste ontbrekende puzzelstukken. “Het leuke was dat Filip, de zoon van professor Delvaux, net als ik gefascineerd is door oude bieren. Hij kende het Seefbier, hij wist dat het verdwenen was en het receptuur verloren was gegaan. Op het moment dat ik dan op hem toestapte met de formule in handen, een nieuwsgierige blik in de ogen en de vraag of ze me wilden helpen de oorspronkelijke smaak te achterhalen, heeft die niet lang moeten nadenken.” (glimlacht) Vader en zoon Delvaux werkten al vaker rond oude bieren. Zij hadden meteen ook de kennis die nodig was om de vertaalslag te maken.

“En wat nog belangrijker was: de Leuvense universiteit heeft een gistdatabank, die alle Belgische brouwersgisten sinds het begin van de 20ste eeuw bevat. Die zijn gecatalogeerd per periode, regio, geur, smaak, enzovoort.” Uit de databank selecteerden ze twaalf gisten. Het basisbrouwsel van het Seefbier hebben ze met elke variant laten gisten, om dan te zien wat dat opleverde. “Sinds het begin van mijn zoektocht was dit hét moment waarnaar ik had uitgekeken. Ik was er een beetje bang voor, want wie weet was het Seefbier verdwenen omdat het eenvoudigweg niet te drinken was. Dat kan hè. En dan had ik een slecht bier nieuw leven ingeblazen.” (lacht)

‘Iedereen zweeg’

Uiteindelijk was het moment waarop we proefden echt magisch, al moet ik er misschien niet te zweverig over doen. (lacht) Toch had ik een beetje het gevoel alsof ik in een teletijdmachine stapte en pinten dronk met mijn voorvaderen.” Hij wordt er even stil van. “Dat was echt een kippenvelmoment hoor. Al bleef het na die eerste slok van het brouwsel met de gistvariant die we selecteerden verdacht stil. We waren met zijn vijven, onder wie mijn vrouw en Filip. Maar iedereen zweeg. ‘Wat vinden jullie ervan’, vroeg ik dan maar voorzichtig. Ik probeerde dan maar zelf de discussie op gang te brengen. ‘Ik vind het eigenlijk niet slecht’, zei ik. Bleek algauw dat zij dat ook vonden, dat ze ook behoorlijk verrast waren door het eindresultaat.”

Gedreven door nieuwsgierigheid had Johan Van Dyck het punt bereikt waarop hij van het Seefbier proefde. “Pas dan groeide het besef dat we een stukje cultureel erfgoed opnieuw tot leven hadden gewekt. ‘Daar moeten we toch iets mee doen’, zei ik overtuigd. En natuurlijk begon ik weeral ver vooruit te dromen.” Eerst wilde hij het uitbrengen als hobbyproject, zij het ietwat uit de kluiten gewassen. De vraag was maar of dat combineerbaar was met zijn job bij Duvel Moortgat. “Ik legde de vraag voor aan Michel Moortgat, die kaartte het aan bij de Raad van Bestuur. Zij hadden zo hun twijfels en besloten dat ik een keuze moest maken. Of ik had een leuk hobbyproject wanneer ik met pensioen ging, of ik bracht het Seefbier nu al op de markt. In dat laatste geval betekende dat ook dat ik bij de brouwerij een punt zette achter mijn job als marketingdirecteur.”

Dolenthousiast, maar nog steeds nuchter genoeg om niet onbezonnen te werk te gaan. Johan besloot in het ’t Antwerps Bierhuyske in de Hoogstraat voor een dertigtal mensen achter gesloten gordijnen een bierproefavond te houden. Bierkenners en leken – van kenner Hans Bombeke tot beroepsantwerpenaar Tanguy Ottomer – proefden als eerste van het Seefbier. “Na drie jaar zoeken kon ik niet meer objectief oordelen over het bier waarbij ik was uitgekomen. Ik had een aantal kritische meningen nodig, alvorens ik mijn leven en carrière over een andere boeg gooide. Maar de eerste proevers knikten instemmend, hier konden we gerust mee doorgaan”, lacht Johan.

Droogte

In de periode die daarop volgde kwam alles in een stroomversnelling. Samen met zijn vrouw Karen richtte Johan Van Dyck de Antwerpse Brouw Compagnie op. De lancering van het Seefbier in maart van dit jaar ging niet onopgemerkt voorbij. Op het Schoon Verdiep van het Antwerps stadhuis werd het legendarische gerstenat officieel voorgesteld. Burgemeester Patrick Janssens noemde het meteen in een adem met het Bolleke, dat ander Antwerps bier. Heel wat Antwerpse cafés wilden het meteen op de kaart. Meer zelfs, het enthousiasme was zo groot dat het Seefbier al na enkele weken uitverkocht was. Maar de productie wist bij te benen. Na enkele weken droogte kon er opnieuw Seef geklonken worden.

Johan Van Dyck heeft de sprong gewaagd. Een halfjaar na de lancering is het Seefbier een onverwacht succes. In het bijzonder een jong, ietwat alternatief publiek weet dit kruidige bier wel te smaken. En nu, hoe droomt Johan nu de toekomst? “Een eigen brouwerij blijft de grote droom”, klinkt het overtuigd. “Vandaag wordt het bier gebrouwen bij Brouwerij Roman in Oudenaarde. Zij hebben de installaties die nodig zijn om dit honderd jaar oude bier te kunnen fabriceren. Het is een godsgeschenk dat we van die installaties gebruik kunnen maken. We zien wel wanneer die eigen brouwerij in de stad er kan komen.”

Terug naar overzicht

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s