Laatste telg met Elixir d’Anvers-ervaring: ‘Ik kan het stoken niet laten’

Op 150ste verjaardag van Elixir d’Anvers blikt Emile de Beukelaer (87) terug op rijke geschiedenis


(Verschenen op zaterdag 27 april 2013 in Gazet van Antwerpen / pdf-versie)

Exact 150 jaar geleden kwam zijn overgrootvader na koortsachtig zoeken tot het succesrecept van Elixir d’Anvers. Emile de Beukelaer (87) is de laatste telg van de familie die nauw betrokken was bij de gang van zaken in de likeurstokerij aan de Haantjeslei in Antwerpen. In 1998 gaf hij de fakkel door aan huidig gedelegeerd bestuurder Ivan Nolet. Toch zou hij tot vijf jaar geleden nog minstens drie dagen per week in de nabijheid van ketels en kruidenmengsels doorbrengen. Een haast verontschuldigende glimlach speelt om zijn lippen. “Ik kan het stoken niet laten.”

De wagen slingert zich door het heuvellandschap een weg naar boven. Het is een van die weinige momenten waarop het teveel aan paardenkracht toch zijn nut bewijst. Anderhalf uur tevoren hebben we de Antwerpse skyline achter ons gelaten. We doorkruisten achtereenvolgens de landelijke Kempen, het Limburgse Hasselt, en wanneer we uiteindelijk in de provincie Luik de motor stilleggen, bevinden we ons driehonderd meter boven de zeespiegel. In een pittoresk Waals gehucht, op een boogscheut van Verviers, zullen ons de voetnoten uit de geschiedenis van een op en top Antwerps product worden ingefluisterd.

Een bescheiden kasteel kijkt uit over lagergelegen bossen en weilanden. Emile de Beukelaer, voormalig gedelegeerd bestuurder en voorzitter van Elexir d’Anvers, klopt ons hartelijk op de schouder en maakt er geen geheim van erg opgetogen te zijn over onze komst. Ach, geen anderhalve eeuw Elixir d’Anvers zonder een de Beukelaer gesproken te hebben, toch? Hij knikt instemmend. Twintig jaar geleden wisselde hij samen met zijn vrouw Marie het Antwerpse Kapellen in voor Theux, een dorpje niet ver van Verviers. Zij zal na haar thuiskomst later die middag bijschuiven aan tafel.

Kleinschalig

Gastvrijheid is hun tweede natuur. Een kleine maaltijd, had Emile vooraf de weelderig gedekte tafel geminimaliseerd. “Doet u alsof u thuis bent”, zegt hij even later met een Franse tongval. Emile de Beukelaer kwam ter wereld in de Antwerpse Peter Benoitstraat, maar zou school lopen in Brussel. Zijn jeugdjaren klonken Frans, net als de hare. Net als hun dagen nu. Hij is innemend en bescheiden, maar tegelijk ook verdomd trots op de 150 jaar die aan de dag van vandaag voorafgingen.

Alleen wie zorgvuldig telt, merkt dat hij inmiddels 87 jaar oud is. Maar wat kunnen hem die jaren schelen. Hij veert recht wanneer hij daar de drang toe voelt. Hij lacht bij de herinnering aan ontelbare anekdotes van decennia geleden. Hij kijkt naar zijn vrouw Marie alsof hij haar gisteren voor het eerst zag. En wanneer het kriebelt om iets nieuws op de markt te brengen – al is het kleinschalig – dan doet hij dat toch gewoon. De ene fotografeert, de andere kookt of danst. Emile de Beukelaer destilleert.

Zelfs op zijn tachtigste voelde hij nog steeds die drang opborrelen. “Ik wilde iets maken dat helemaal van mij was. Een product van de streek, dat ik ook in deze omgeving zou lanceren. Een streekproduct is immers nog steeds de toekomst”, legt hij uit. En dat werd de Château de l’Oûrlaine, genoemd naar het kasteel waarin hij woont. “Het is een pittige schuimwijn met een laag alcoholpercentage op basis van cider. Mijn vrouw ontwierp het etiket. Ik leerde hoe ik met behulp van een computer de facturatie kon regelen. De kostprijs om te leveren was buiten proportie, en dus besliste ik om dat dan ook maar zelf te doen. Tot ik op een dag in Verviers zwaar beladen met een levering voor de gesloten deur van een winkel stond. Een jongen kwam langs binnen aangelopen om de deur te openen. ‘Oei, ik moet die oude man snel een handje helpen’, zag ik hem bezorgd denken. Op dat moment bedacht ik dat ik misschien toch te oud werd om met kartons gevuld met flessen van winkel tot winkel te zeulen. Misschien werd het stilaan tijd om te stoppen.” (lacht)

Nachtwerk

Voorbije dinsdag was het exact 150 jaar geleden dat Emiles overgrootvader tot het recept kwam dat vandaag nog steeds aan de basis ligt van de likeur die Antwerpen op de drankenkaart zette. Op 19 maart 1863 noteerde François-Xavier de Beukelaar omstreeks 2u in de ochtend de samenstelling. De smaak van dat befaamde digestief en tegelijk heilzame drankje werd zo voor eens en altijd vastgelegd. Het was een zoektocht geweest, hoewel hij goed wistal te goed had geweten wat hij deed. François- Xavier had er enkele jaren dokters- en apothekersstudies opzitten, destilleren was hem niet vreemd. Toch was heel wat opzoekwerk aan zijn eurekamoment voorafgegaan.

Vandaag graait Emile de Beukelaer maar al te graag in de vergaarbak van verhalen en herinneringen die de geschiedenis van Elixir d’Anvers is. Sinds midden jaren veertig is die onontwarbaar vervlochten met zijn leven. “Toen ik achttien was, ging ik aan de slag in de stokerij”, vertelt hij. Zijn overgrootvader en grootvader had hij nooit gekend, maar als jonge knaap was hij wel vaak in het gezelschap van zijn vader en diens broer Jacques naar de Antwerpse Haantjeslei afgezakt. Hij had de geur van Elixir d’Anvers opgesnoven, zonder op dat moment te beseffen dat die zijn leven zo zou gaan bepalen.

Emile mocht dan de zoon zijn van de baas, de rode loper zou niet spontaan voor hem worden uitgerold. “Mijn vader vond het belangrijk om onderaan de ladder te be- ginnen en alle stappen in het productieproces te doorlopen. En dus begon ik met het sorteren en spoelen van de flessen. ’s Avonds vroeg hij aan de meestergast of ik goed werk had geleverd. (glimlacht) Hij was streng, maar dat was goed.”

In de jaren die volgden zou Emile zich geleidelijk opwerpen als vertegenwoordiger van Elixir d’Anvers. Eerst in België, later ook in de buurlanden. In het laboratorium kreeg hij de kunst van het destilleren onder de knie. Hij bracht ook een drietal maanden in het Franse Grasse door, waar hij bij destillateur Mero-Boiveau zijn kennis en kunde verder verfijnde. “Stage lopen en gaandeweg veel ervaring opdoen, alleen zo kan je het vak leren. In totaal heb ik zeker een twintigtal nieuwe producten ontwikkeld.”

Exporteren

“Ik heb ook altijd met erg veel plezier zaken gedaan en Elixir d’Anvers vertegenwoordigd. Ik hou van het contact met anderen”, glimlacht hij. “Nooit heb ik zaken gedaan zonder eerst de mensen te ontmoeten, ook al betekende dit dat ik daarvoor bijvoorbeeld naar een uithoek in Duitsland moest afreizen. Vertrouwen was heel belangrijk. Soms werden afspraken enkel mondeling gemaakt. (stilte) Ach, dat was een andere tijd. De wereld ziet er vandaag helemaal anders uit”, zucht Emile.

Hij betreurt dat Elixir d’Anvers nooit veel verder geraakte dan de buurlanden. Met de likeur had hij graag stapsgewijs de wereld veroverd, maar die visie werd niet door iedereen binnen het bedrijf gedeeld. Toen zijn vader in 1969 stierf, kwam Emile aan het hoofd van Elixir d’Anvers te staan. In die periode waren heel wat destillatiebedrijven nog in handen van de familie die ze had opgericht.

Maar geleidelijk zou de manier van zakendoen veranderen. Familiale trots en verbondenheid moesten plaats ruimen voor commercie en winstbejag, wat Emile de Beukelaer een spijtige gang van zaken vindt. Buitenstaanders kwamen aan het hoofd van familiebedrijven te staan. Maar niet bij Elixir d’Anvers. Emile de Beukelaer zou tot einde jaren negentig de Antwerpse stokerij blijven leiden. Hij laat niet na de vinger te leggen op datgene wat de rode draad doorheen zijn leven werd. “Het is belangrijk om een band te hebben met je product, in plaats van de ene job in te wisselen voor een andere die je enkele euro’s meer oplevert. Je moet leven voor datgene wat je maakt en verkoopt.”

Hofleverancier

Hoewel hij geen houvast nodig heeft om zijn herinneringen te ordenen, haalt Emile er toch even een map met knipsels, foto’s en notities bij. Hij toont foto’s van zijn voorvaderen, vertelt verhalen waarvan hij sommige alleen maar kent omdat ze hem verteld werden. We krijgen portretten van zijn grootvader en naamgenoot te zien, die in zijn tijd een befaamd wielrenner was en in 1885 en 1886 kampioen werd bij de amateurs. Hij was ook de oprichter en eerste voorzitter van de Union Cycliste Internationale (U.C.I.), de internationale organisatie voor de wielersport. Verscheidene generaties de Beukelaer flitsen voorbij ons netvlies, nu en dan voor de lens poserend in het gezelschap van vorsten en prinsen. Van Albert I en Boudewijn, tot prins Filip. Tot enkele jaren geleden was de likeurstokerij ook hofleverancier. Emile de Beukelaer reconstrueert anderhalve eeuw Elixir d’Anvers aan de hand van schijnbaar willekeurig geselecteerde herinneringen en anekdotes.

Na een tijdje komt aan de nostalgische hink-stap-sprong in het verleden een einde. Alleen de glimlach die al die tijd om zijn lippen speelde, blijft. Emile de Beukelaer is de laatste telg van de familie die de zuivere liefde voor het destilleren met zijn overgrootvader en Elixir-oprichter François-Xavier deelt. Wanneer even later zijn echtgenote Marie thuiskomt, wordt pas echt duidelijk hoe verdomd moeilijk het voor hem moet geweest zijn om zich neer te leggen bij de gang van zaken in het bedrijf. In december 1997, vlak voor Kerstmis, vraagt hij aan Ivan Nolet om hem op te volgen als gedelegeerd bestuurder van FX de Beukelaer. Nolet, de tiende generatie in een geslacht van stokers, was op dat moment al twaalf jaar nauw betrokken bij de gang van zaken aan de Haantjeslei. Vader Hugues was een generatiegenoot van Emile, de twee hebben het altijd goed met elkaar kunnen vinden.

“Hij heeft het er erg moeilijk mee gehad dat geen van de kinderen hem opvolgde aan het hoofd van de familiezaak”, vertelt Marie. “Als ouder wil je toch gewoon dat je kinderen gelukkig zijn. Ze moeten doen wat ze graag doen”, pikt Emile meteen in. En niet minder trots vertelt hij hoe zijn oudste zoon François-Xavier antiquair werd. Eric, de tweede oudste, werd priester en was jarenlang perschef van de bisschop. Zijn dochter Marie ging eerst aan de slag als informaticus, later als juweelontwerpster. Arnaud, de jongste, heeft een zaak in de voedingsindustrie. “De tijden waarin ouders hun kinderen verplichtten in de familiezaak te stappen, behoren het verleden. Mijn kinderen volgden elk hun eigen weg, ze waren onafhankelijk.”

Geheim recept

Al anderhalve eeuw heeft Antwerpen met Elixir d’Anvers ook zijn eigen Coca-Colaverhaal. Niet minder omzichtig wordt omgesprongen met de geheimhouding van het recept. Alles samen zijn 32 kruiden verantwoordelijk voor die typerende smaak van de likeur. Saffraan geeft Elexir d’Anvers die felgele kleur. Wie meer hoopt te weten te komen, is eraan voor de moeite. Vandaag weten alleen Emile de Beukelaer en Ivan Nolet hoeveel gram van wat de ketel in gaat. Of hij zich nog het moment herinnert waarop zijn vader hem het recept toevertrouwde? Hij knikt ernstig. Even twijfelt hij hardop over de leeftijd die hij toen had, of hij en Marie al dan niet al getrouwd waren. Zij schudt gespeeld theatraal het hoofd, niet-begrijpend dat hij precies dat niet meer weet.

“Toen we trouwden, was je al 34 jaar. Avant, en tout cas avant!”, roept ze uit. Ze becijferen het samen en worden het erover eens dat hij mid twintig moet geweest zijn. “Dat was een belangrijk moment. ‘En je spreekt hierover met niemand! Je zwijgt!’, klonk het streng.” Hij knikt en glimlacht. “Nog een Elixirke?” Hij stelt de vraag zoals hij die eerder al ontelbare keren stelde. En al terwijl hij dat doet, staat hij op. Dit is het soort vraag waarop je geen ‘nee’ zegt, mocht je dat ook maar overwegen. Hooguit wil Emile ons nog de keuze laten tussen een Elixir d’Anvers en een

Elexir de Spa. Rond de twaalfde eeuw werd die laatste voor het eerst gedestilleerd door monniken van de Orde der Capucijnen, vanzelfsprekend in de omgeving van Spa. Sinds het midden van de negentiende eeuw nam een lokale stokerij de productie op zich. Tot FX de Beukelaer in 1956 Elexir de Spa overkocht om ook in het Franstalige landsgedeelte een voet tussen de deur te hebben. En terwijl Emile de keuken uitloopt om een fles Elixir de Spa te halen, vraag ik Marie naar haar eerste slok Elixir d’Anvers. Of ze zich die nog herinnert? “Oh ja”, zegt ze fluisterend. Ze laat de vuile borden even voor wat ze zijn en zet zich opnieuw neer. Ze werpt me een veelbetekenende blik toe. “Oh ja”, herhaalt ze op dezelfde toon. “Ik was zeven, mijn broer vijf. Onze ouders waren de stad uit en een kindermeid paste op ons. ‘Koop iets voor jou en de kinderen’, hadden ze haar gezegd. Samen met haar zus had de kindermeid een literfles Elixir d’Anvers gekocht. Wanneer ze even weg was, had mijn broer geproefd. Hij dronk in een keer een derde van een glas leeg. ‘C’est bon, c’est sucré’, zei hij.”

Op dat moment wandelt Emile weer de kamer in en fronst nadrukkelijk de wenkbrauwen. “We hebben elk driemaal zeker een derde van een glas gedronken”, gaat ze verder. “Mais alors, chérie!”, protesteert hij, en schudt het hoofd. “Echt waar!”, zegt ze. “C’était sucré.”(stilte) En dan de volgende morgen… Ziek dat wij waren, dat was verschrikkelijk. Mijn ouders waren natuurlijk furieus. (lacht) En zoveel jaren later ontmoette ik Emile. Ik vroeg hem wat hij deed. ‘Elixir d’Anvers’, zei hij. ‘Oh nee!’, dacht ik onmiddellijk.”

Terug naar overzicht

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s