Dries Herpoelaert: “De Zoo is te lang onder de radar gebleven”

Directeur van Antwerpse stadsdierentuin over een bewogen jaar en een nieuw hoofdstuk


(Verschenen op woensdag 8 januari 2014 in Gazet van Antwerpen / pdf-versie)

Een stel panda’s gaf in het najaar aanleiding tot een mediastorm van jewelste. De Antwerpse Zoo zat er middenin. “Naar die controverse zijn wij nooit op zoek gegaan”, blikt directeur Dries Herpoelaert terug. De dierentuin heeft wel andere katjes te geselen. Inmiddels bestaat hij 170 jaar, een periode waarin zijn aanwezigheid al te veel een evidentie werd. Tijd om het roer om te gooien. De Antwerpse Zoo wil af van zijn bestofte imago. Een bezoek wordt straks interactiever, en de Antwerpenaar zal dat geweten hebben. “Wij zullen harder gaan roepen hoe fantastisch we zijn.” 

Beheerst leidt hij de wagen door het zenuwtergende stadsverkeer richting Steenplein, waar het reuzenrad opgesteld staat. Plots invoegende bestelwagens stellen hem niet op de proef. Dries Herpoelaert weet waar hij naartoe wil. Of hij nu aan het stuur van de wagen of aan het roer van de Antwerpse Zoo zit.

In 2010 werd de geboren West-Vlaming aangesteld als algemeen directeur van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde in Antwerpen (KMDA), zoals de vzw – jawel – waarvan de befaamde Antwerpse Zoo deel uitmaakt officieel heet. Het voorbije jaar lokte het dierenpark nog 840.000 bezoekers, wat precies even veel is als een jaar eerder. Het aantal abonnees flirtte voor het eerst met de kaap van 200.000.

Bekentenis

Wanneer we een kwartier na ons vertrek aan het Astridplein over de Scheldekaaien richting Steenplein wandelen, onderstreept Herpoelaert nogmaals datgene waar hij tijdens het voorafgaande gesprek bevlogen over uitweidde. “De Antwerpse Zoo maakt zich op voor een nieuwe start. Te vaak wordt onze dierentuin aanzien als een plek in de stad waar nooit wat nieuws te ontdekken valt.”

Hoe Herpoelaert in de periode vòòr 2010 dan zelf naar de Zoo keek? Een glimlach gaat zijn penibele bekentenis vooraf. “Zoals ook u allicht naar de Zoo kijkt. Als een plek die je jaren geleden bezocht en niet meteen dient terug te zien.” Hij knikt. “De opdracht is groot, dat besef ik best.”

Eerder die middag zaten we samen in zijn kantoor aan het Astridplein. Welwillend had Dries Herpoelaert zijn vakantie onderbroken om het te hebben over het voorbije jaar, en wat straks komen zal.

Het afgelopen jaar werd overschaduwd door het pandaduo dat straks wordt verwelkomd in dierenpark Pairi Daiza, en niet in de Antwerpse Zoo. Hoe kijkt u terug op die mediastorm?
“Met verwondering, want de berichtgeving rond de komst van het pandaduo heeft een onvoorziene dimensie aangenomen. Het heeft geleid tot een controverse waar wij nooit naar op zoek zijn gegaan. Een controverse die bovenal politiek sterk werd geëxploiteerd. En wij hebben daar akte van genomen. (haalt de schouders op) You win some, you lose some. Ik gun het Pairi Daizi, het is een hele goede dierentuin. Natuurlijk hadden wij ze graag verwelkomd in Antwerpen, maar weet dat wij in het verleden ook al een keer panda’s hadden.”

Over de aanvraag die al dan niet was ingediend, bestond heel wat onduidelijkheid. Hoe zat dat nu precies?
“Wij hadden geen aanvraag ingediend, maar zo werkt het ook niet. Pairi Daiza heeft dat weliswaar slim gecounterd door te zeggen dat zij wel een aanvraag hadden ingediend. Feit is dat wij acht jaar geleden een officieel verzoek hadden ingediend voor panda’s. In de periode die volgt, meandert dat dan langs diplomatieke wegen. Tot er op een gegeven moment ‘iets’ gebeurt, zoals dat enkele maanden geleden het geval was. Maar een officieel ‘application form’ waarmee je aangeeft: ‘wij willen panda’s’? Nee, dat bestaat niet. (zucht) Weet je, ik heb geen zin om nog meer uit te weiden over die controverse. Ik heb er niks meer over te zeggen. Alles werd reeds gezegd door anderen.”

De panda’s hadden een nieuwe publiekstrekker kunnen worden. In 2012 verhuisde Kai-Mook immers net voor de zomer naar Planckendael. De Antwerpse Zoo noteerde datzelfde jaar nog een daling van het bezoekersaantal met 17 procent.
(knikt) “Dat vertrek hebben we gevoeld. Het idee leeft ook heel sterk dat Planckendael zou groeien ten koste van de Zoo. Eerst de olifanten die verhuizen, recenter de pinguins (in maart 2013 verruilden de humboldtpinguïns de Zoo voor Planckendael, red.). Die perceptie is niet correct. Wel klopt het dat Planckendael wordt uitgebouwd tot een volwaardige dierentuin. Toeval wil dat het een kweekcentrum voor Indische olifanten kreeg, waardoor de Antwerpse kweekgroep naar Muizen verhuisde. Momenteel wordt in Antwerpen het pinguinverblijf gerenoveerd, waardoor de dieren verhuisden. Maar zij zullen terugkeren. Van een afbouw van het dierenbestand is helemaal geen sprake. Integendeel. In de toekomst zullen ook andere nieuwe diersoorten verwelkomd worden in de Antwerpse Zoo. Ik kan het niet vaak genoeg benadrukken: beide dierenparken zijn voor de KMDA evenwaardig.”

Antwerpen is een stad in volle ontwikkeling, waar het aanbod aan toeristische attracties almaar toeneemt. In 2013 opende zo het Red Star Line Museum de deuren. Hoe tracht de Zoo zich te handhaven?
“Door het minstens even goed te doen. De Antwerpse Zoo blijft met voorsprong de grootste toeristische attractie van de stad. Maar die voorsprong moeten wij verdedigen. Door te vernieuwen in de dierentuin, door te investeren in dierenverblijven. Door het bezoek interactief te maken en mensen de kans te geven deel te nemen aan verzorgerssessies, voedersessies, enz.”

Hebben jullie het effect van nieuwkomers, zoals het Red Star Line Museum, gemerkt?
“Niet in bezoekersaantallen. Wel voelen we dat de wereld competitiever wordt. Dertig jaar geleden was in de stad niet zoveel meer te zien dan de Zoo en het circus, bij wijze van spreken. Vandaag heeft city marketing de kop opgestoken. De Zomer van Antwerpen, de kerstmarkt, de ijsbaan, noem maar op. En het gaat nog veel verder. Ook het shoppingcenter is vandaag een belevenis. Wij moeten ons aan de veranderende maatschappij aanpassen en trachten interessant te blijven voor de bezoeker. Wij hebben een opdracht.”

Dries Herpoelaert legt uit dat sinds 2012 in het twaalf hectaren grote dierenpark werken aan de gang zijn, die moeten leiden tot een complete transformatie van de Antwerpse Zoo. “Zónder dat de bezoeker ermee geconfronteerd wordt. Hij mag niet het gevoel krijgen over een werf te wandelen.” Tegen Pasen zullen 14 lopende projecten worden afgerond en. De transformatie waaraan wordt gewerkt, zal dan zo mogelijk nog minder zichtbaar zijn.

De KMDA-directeur geeft aan dat een nieuw inkomplein het grote sluitstuk zal vormen van de huidige werkzaamheden. “In 2016 dient de metamorfose voltooid te zijn. Die zomerperiode wordt een heel belangrijke datum.”

Geeft u eens een concreet voorbeeld van een project dat nu gerealiseerd wordt.
“Het allerbelangrijkste is het aquarium, dat we momenteel integraal aan het renoveren zijn. Binnenin bouwen we een afzonderlijk rifaquarium. Miljoenen euro’s kost dit project. Het gaat dan ook om de herwaardering van een van de oudste aquaria van Europa. Weet u, de Antwerpse Zoo is de best bewaarde 19de eeuwse stadsdierentuin ter wereld. Die historiek gebruik we als uitgangspunt voor de renovatie die nu aan de gang is. We boetseren de bezoekersbeleving rond de iconen van de dierentuin: de Egyptische tempel, de Moorse tempel, enz.”

In het voorjaar van 2003 bezocht GAIA de Antwerpse Zoo en stelde 81 overtredingen tegen de dierentuinwet vast. Op heel wat punten moesten jullie hen gelijk geven. Wat veranderde de voorbije tien jaar?
“Er is geen verblijf meer waar het dier in oncomfortabele omstandigheden leeft. Vandaag gaan wij zelfs heel ver in het creëren van biotopen die een nauwgezette nabootsing zijn van het oorspronkelijke leefmilieu van het dier. Het blijven weliswaar dieren in gevangenschap, dat valt niet te ontkennen. Maar een leeuwenverblijf van 1200 vierkante meter, dat tegen een helling werd aangelegd en een beperkt aantal dieren een omgeving biedt waarin ze natuurlijkerwijs leven, is een wereld van verschil in vergelijking met pakweg dertig jaar geleden. Toen was het volstrekt normaal dat een leeuw in een kooi van vijf meter bij vijf meter leefde en een hele dag werd tentoongesteld aan mensen die er langs alle zijden rondom konden.”

Vandaag kijken we heel anders naar dieren?
(knikt) “De manier waarop mensen naar dierentuinen kijken, is fundamenteel veranderd. De maatschappij is veranderd, en als dierentuin moeten wij daar in mee. Vandaag weten we veel beter hoe dieren functioneren. Er is veel meer aandacht en respect voor dierenwelzijn. Ik ben van mening dat je er de graad van beschaving van een maatschappij kan aan meten.”

Heel wat diersoorten zijn vandaag met uitsterven bedreigd. In hoeverre heeft een dierentuin – waar zeldzame soorten in gevangenschap leven – nog bestaansrecht?
(verontwaardigd) “Ik denk dat een dierentuin vandaag meer dan ooit reden van bestaan heeft. Natuurlijk focussen wij op populaire dieren – anders heb je voor de bezoeker geen betekenis – maar wij leggen minstens even sterk de nadruk op de mate waarin een dier bedreigd is. Onze kweekprogramma’s zijn erop gericht om zulke diersoorten in stand te houden. Zo zijn wij wereldstamboekhouder voor de okapi, die sterk bedreigd is. Als wij niet zorgen voor een zuivere bloedlijn zodat voldoende gezonde dieren overblijven – al leven ze dan in gevangenschap – dan is binnen de kortste keren de okapi uitgestorven. Idem dito voor de congopauwen, bonobo’s, en zo kan ik nog een hele tijd verdergaan. Dat is onze basisopdracht: bedreigde diersoorten ondersteunen in hun biotoop en in de kweekprogramma’s die wij in dierentuinen wereldwijd opzetten. In alle eerlijkheid, ik denk dat wij op dat vlak nooit zinvoller werk hebben geleverd dan vandaag.”

Aarden bedreigde diersoorten dan niet nog steeds het best in hun natuurlijke biotoop?
“Een dier hoort thuis op de plek waar hij door de creatie werd ‘neergezet’, zeg maar. Dat is zijn natuurlijke biotoop. Alleen heeft het menselijk ras ervoor gezorgd dat vele biotopen voor die dieren onleefbaar zijn geworden. Op dat moment komen wij in beeld. Om een voorbeeld te geven: Indische olifanten – die in de Antwerpse Zoo verblijven – horen thuis in de bossen van India. De Indische boer denkt er anders over. Hij verdedigt zijn land en doodt de olifanten. Hun voortbestaan staat zwaar onder druk. Iets moet ondernomen worden.”

Voor heel wat Antwerpenaars is de Zoo een evidentie. Hoe kan gezorgd worden dat hij weer naar waarde wordt geschat?
“Allereerst moet de dierentuin zelf weer in orde worden gebracht. Sinds de oprichting in 1843 werden constructies bijgebouwd, andere werden weggenomen. Ik vind het erg belangrijk dat de infrastructuur weer zuiver wordt. Vervolgens zullen wij inzetten op de relatie tussen de bezoeker, de verzorger en het dier. Want dat is de magie van een dierentuin. De bezoeker zal niet alleen zien hoe de verzorger die leeuw voert, traint en verrijkt. Hij zal soms ook actief kunnen deelnemen. Waarom geeft hij de leeuw als bezoeker niet zelf die brok vlees? Tot slot moeten wij de Antwerpenaar op de hoogte brengen van die hernieuwde Zoo. Wij moeten veel assertiever gaan communiceren. De Zoo is te lang onder de rader gebleven. Vandaag worden wij overstemd door anderen. Zodus, het is glashelder wat ons te doen staat: wij moeten harder roepen hoe fantastisch de Antwerpse Zoo wel is.”

Terug naar overzicht

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s