Een barre winteravond in het kielzog van Antwerpse daklozen: ‘Zolang je dakloos bent, is niks mogelijk’

De winteropvang voor daklozen draait op volle toeren. De veelheid aan initiatieven wekt de indruk dat niemand honger zal lijden of de nacht op straat hoeft door te brengen. Uw krant legde haar oor te luister bij de daklozen zelf.

Staatssecretaris Maggie De Block, gezicht van het asiel- en opvangbeleid in ons land, verklaarde een week geleden nog dat de situatie voor deze winterperiode alvast onder controle is. Voor elke dakloze een bed, niemand blijft in de koude achter. Een jaar geleden maakte het gure winterweer voor heel wat onder hen het leven des te meer een beproeving. De bestaande opvangcapaciteit bleek toen ontoereikend. Wordt de problematiek vandaag merkelijk beter aangepakt? En wat brengt hun toekomst?

Vrijdagavond, half negen. Een weekend van sneeuw en vrieskou staat voor de deur. Tientallen daklozen weten intussen de weg te vinden naar Victor, het opvangcentrum aan de Desguinlei in Antwerpen. Gedurende het hele jaar voorzien de stad en het OCMW Antwerpen een 400-tal opvangplaatsen. Van 1 december tot 31 maart worden daar nu 120 bedden aan toegevoegd, het merendeel staat op de vierde en vijfde verdieping van die verder quasi leegstaande building aan de Desguinlei. Het aanbod is bedoeld voor mensen die structureel in Antwerpen verblijven. Of ze nu acuut dan wel langdurig dakloos zijn, gerechtigd of  illegaal in het land verblijven. De stad zorgt voor de infrastructuur, Centrum voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) De Terp zorgt als autonome vzw met financiële middelen van de Vlaamse regering voor de daghulpverlening en nachtpermanentie.

Een van de daklozen die er de voorbije week sliep, is Saïd, een 43-jarige Turkse man. Allicht kan hij er tot eind maart verblijven. Saïd loopt er verzorgd en stijlvol gekleed bij. Geen mens die zou vermoeden dat hij al zeven jaar dakloos in België leeft. Nu en dan kan hij bij vrienden terecht, soms in een opvangtehuis voor daklozen, maar veel vaker dan hem  lief is brengt hij de nacht op straat door. “Een job vinden is het moeilijkste”, zegt hij in vloeiend Nederlands. “Zonder papieren kom je nergens. En zonder een job kan je niet opnieuw beginnen.” Zijn blik is moe. Moedeloos. “Je komt wel mensen tegen die je helpen, die voor eten of kleren zorgen. Maar niet iedereen heeft goede bedoelingen. Niet iedereen is te vertrouwen.”

Hulpverlener Peter Callens van CAW De Terp: “Je ziet een enorme diversiteit aan mensen. Het clichébeeld van de vuile en stinkende dakloze strookt lang niet altijd met de werkelijkheid.” De hulpverleners zetten de daklozen aan om na te denken over hun toekomst. “We gaan kijken wie ze zijn, wat hun dromen waren, wat daar nog van overblijft. Wat staat voor hen op het spel? Zolang ze dat niet weten, kunnen ze ook niet uitmaken waar hun toekomst ligt. Op straat is er geen ruimte om na te denken over die dingen. Daar zijn ze bezig met overleven.”

Overlevingsrugzak

In de winterperiode leveren steeds heel wat organisaties en vrijwilligersverenigingen een extra inspanning ten voordele van de daklozen. Zo werden zaterdagmiddag aan het Centraal Station in Antwerpen tweehonderd rugzakken uitgedeeld met daarin naast eten en drinken ook warme kleren. Kortom, een survivalkit voor daklozen. Ook in Brussel en Gent gebeurde dat. Het initiatief gaat uit van de Next Generation Society, een groep van ondernemers die ook op maatschappelijk vlak een verschil wil maken.

Ook de 32-jarige Roemeen Claudiu komt een rugzak oppikken. De rest van de namiddag zal hij in de stationsbuurt rondhangen, waar hij doorgaans de nacht doorbrengt. Maar niet nu. Sinds vorige week vond ook hij onderdak in het opvangcentrum Victor aan de Desguinlei.

Drie jaar geleden liet Claudiu de armoede en corruptie van zijn thuisland achter zich. Zijn ouders namen de zorg voor zijn twee kinderen over. Hij zou in België – “een rijk land met veel mogelijkheden” – een baan zoeken om  zo het onderhoud van zijn gezin te kunnen bekostigen. Gedurende een jaar had hij een job in de horeca. Van de enkele euro’s per uur die hem beloofd werden, kreeg hij nauwelijks wat te zien.

Sinds twee jaar leeft hij op de straat. “Ik spreek goed Nederlands. Het OCMW wilde mij daarom een opleiding laten volgen. Honderd euro moest ik zelf betalen”, legt Claudiu uit. “Die heb ik niet, en zij konden mij die ook niet lenen.” Intussen leeft hij twee jaar op de straat. Een baan vindt hij niet. De enkele euro’s die hij dagelijks weet te verzamelen, gaan naar goedkope fastfood, energy drinks en sigaretten. “Ik heb een vast adres nodig. Dat wordt me gevraagd. Wat moet ik nu doorgeven? Centraal Station? Zolang je dakloos bent, is niks mogelijk”, zucht hij.

Gemotiveerde consulent

Het hele jaar door kunnen daklozen tweemaal per week terecht in Kamiano. Een restaurant op een boogscheut van de Antwerpse Groenplaats waar de gemeenschap van Sant’ Egidio dak- en thuislozen een warme maaltijd aanbiedt. Per keer schuiven ruim driehonderd mensen bij aan de tafel. Marc en Peggy zijn er vaste gast. Een tijdje verbleven ze in een bungalow in Wilrijk. Ze tonen foto’s van een barak zonder binnendeuren, drinkwater of elektriciteit. “Ik installeerde er elektriciteit en verzorgde de dieren die er zaten. In ruil moesten we geen huur betalen”, zegt Marc. Einde november zette de rechter hen eruit. Sinds midden deze week verblijven ze op de vierde verdieping aan de Desguinlei. “Dankzij de hulp van onze consulent bij het OCMW en CAW De Terp”, benadrukken ze. “Je moet geluk hebben met de consulent die je dossier behandelt. Daar hangt alles van af.”

Terug naar overzicht

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s