Cruise control | Rudi Van Den Bossche

Cruise control is de eerste Vlaamse film sinds de heropening van de bioscopen. Het heeft er alle schijn van dat de makers zelf niet willen dat u komt kijken.

Terwijl de arthousecinema’s zich met een megafoon in de hand uit de naad werken, smokkelden de multiplexen deze week in alle stilte een Vlaamse komedie in hun programma. Het zijn gekke tijden, maar zoiets is toch vrij opmerkelijk. Zelfs de pers kreeg de film vooraf niet te zien. 

‘Cruise control’

We hoefden maar een kaartje te kopen om te begrijpen waarom het zo gegaan is. Cruise control is helemaal geen film om mee uit te pakken. Het is een kleuterboel van flauwe grappen en onderbroekenlol. Het verhaal heeft niets om het lijf, net als Gene Bervoets wanneer hij aan het einde het zwembad induikt. 

Dat je een Vlaamse komedie herkent aan de dwaze pruiken, is stilaan een wetmatigheid. Lucas Van den Eynde – met groezelige, blonde lokken – speelt Serge Gabriëls, een filmmaker op retour die zijn tijd verdoet met knullige reclamefilmpjes. Uit het niets valt hem de kans in de schoot om een spotje te draaien in Griekenland. Daar zal hij zo royaal voor vergoed worden, dat hij meteen budget heeft om het scenario te verfilmen waarmee hij al jaren rondloopt. Wat hij dan maar aansluitend doet, met de cast en crew die hij voor het spotje inhuurde. Een bende te onnozel om los te lopen, dat moet gezegd. 

De hele onderneming speelt zich deels op het water af. Daar sukkelt al eens iemand in, natuurlijk. Spreekt de ene van een schip, dan corrigeert Bervoets: ‘Boot.’ Het domme donkerblondje met dienst: ‘Is het daarom “bakboot” in plaats van “bakschip”?’ 

‘Cruise control’

Lekke schuit

De film die Serge draait, heet eveneens Cruise control. Lekker meta is het dus wel: een film over het draaien van een film. Maar wat Rudi Van Den Bossche (Olivetti 82Suske & Wiske: de duistere diamant) er voorts mee doet, maakt water als een lekke schuit. Het amateurisme van Serges ploeg is dat van de film. ‘Doe uw best met wat ge hebt’, drukt de producer (Dirk Roofthooft) zijn regisseur op het hart. Had iemand dat Van Den Bossche – naast regisseur ook scenarist en producent van de film – maar ingefluisterd. Hij kon naast Van den Eynde en Roofthooft rekenen op nog meer volk waar heus wat mee te ­beginnen valt, zoals Herbert Flack. Uiteindelijk zijn het vooral Hilde Heijnen – als Serges grote liefde – en ­Robert de la Haye die een sprankeltje vitaliteit geven aan deze slappe kost. 

De opnames vonden al meer dan twee jaar geleden plaats op locatie op Lefkada, een Grieks eiland. Aanvankelijk was de première voorzien voor april 2019. Het zijn zelden meesterwerken die meer dan een jaar op de plank blijven liggen. 

‘Niveau, man. Niveau!’, klinkt het op de set. Intussen blijven de acteurs maar gaan, alsof ze deze dwaze kermis zelf geloven. ‘Doorspelen tot hij “kut” zegt’, drukt Bob er bij zijn ­tegenspeelster op. Welaan dan: Kut!

(Verschenen op 6 augustus 2020 in De Standaard.)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s