Regisseuse Fien Troch: ‘Het geeft mij geen voldoening als iets zacht en lief is’

Het culturele leven lag de voorbije maanden zo goed als stil. Maar onze kunstenaars bleven scheppen. Elke week vragen we een van hen: waarom?

Fien Troch had al drie films geregisseerd toen ze vier jaar geleden plots doorbrak met Home. Het was een meters diepe sprong in de generatiekloof tussen jongeren en hun ouders. Van een knuffel­zachte landing was geen sprake – niet dat iemand die verwacht had. Een ander zijn geluk, haar debuut uit 2005, gaat over een kind dat was doodgereden en achtergelaten. Unspoken focust op de ouders van een vermist meisje, terwijl in Kid twee broertjes in de steek worden gelaten door hun moeder. Evenmin films die je na afloop ­fluitend uit je bioscoopstoel doen wippen.

Uit: ‘Home’

De regisseuse had het tegen dan al vaak mogen horen. Hoe ze het met haar eerste films de kijker al te moeilijk had gemaakt – te veel stiltes, nauwelijks verhalend. Hoe ze het zo zichzelf moeilijk maakte. ‘Kom toch met iets toeganke­lijker’, klonk het al eens. Zonder dat ze het had zien aankomen, deed ze dat met Home. ‘De film werd zo algemeen aanvaard, dat ik niet goed wist hoe het verder moest. Iedereen leek te denken dat ik ineens heel andere films ging maken. Meteen vond ik dat mijn volgende film net daarom heel hard van mij moest zijn.’

Terwijl Brussel de nationale feestdag vanaf de balkons viert, zal Troch die middag meermaals verduidelijken waar het haar vooral om te doen is: een film maken als geen ander, de kijker uit zijn lood slaan. Ze ontvangt ons thuis in ­Molenbeek. Haar twee jongens – de ene een prille tiener, de andere nog niet – weten geen blijf met hun verveling. Hun vader en haar levenspartner, Nico Leunen, zit aan de keukentafel, weggedoken achter zijn laptop. In de weer met de montage van alweer een internationale topfilm, durven we te denken. Een jaar geleden sleutelde hij in LA nog wekenlang met Brad Pitt koortsig aan diens ruimte-epos Ad astra. Nu brengt hij ons koffie op het balkon.

Dat Leunen zo vaak in het buitenland zit, drukt zijn stempel op het gezin. ‘Ik doe veel alleen met de kinderen, en dat is prima zo. Ik ben dat gewend’, zegt de filmmaakster. ‘Maar in die eerste week van de lockdown is Nico halsoverkop moeten terugkeren uit New York. Plots waren wij een gezin, en dat in zo’n speciale situatie. Het is een periode geweest van onthaasten, rust en veel ­samenzijn.’

Uit: ‘Inspoken’

Ondertussen was u volop bezig aan het scenario van uw volgende film. Lukte het nog wel om in zo’n situatie te schrijven?

‘Ik was al vier jaar aan het zoeken en worstelen. Ik wist wat ik wilde vertellen, maar kreeg het niet in de juiste vorm. Toen die rare periode aanbrak, zat ik ineens in een heel andere mindset. De rush van het dagelijkse leven viel weg en plots zag ik het licht. In enkele weken tijd stond mijn scenario op papier. Al waren die eerdere pogingen wel nodig geweest. Ik wil dat voorts niet romantiseren, ik heb in het begin nog gesukkeld. Maar voor mij was de lockdown op artistiek vlak een zegen.’

De opluchting moet na vier jaar enorm geweest zijn.

‘Eigenlijk is het ook wel ontgoochelend, hoe die euforie van korte duur is. Het staat niet in verhouding tot de periode dat je hebt afgezien. Maar ik ben blij dat het gelukt is. Eerst durfde ik het bijna niet te herlezen omdat ik wist: als het nu slecht is, volgt er weer zo’n megadip. Maar Nico stelde me gerust. “Je hebt gevonden wat je zocht”, zei hij, nadat hij het gelezen had.’

U zei eens dat, als u schrijft, u de slechtste versie van uzelf bent. Is dat nog steeds het geval?

(lacht) ‘Het is al hard verbeterd. Toen ik nog geen kinderen had, was de dag goed als ik goed schreef, en slecht als dat niet zo was. Dat was enorm vermoeiend, voor mezelf, maar ook voor de mensen rondom mij. Nu bepaalt het nog altijd alles. Maar met ouder te worden ben ik ook gaan beseffen dat ik me in een luxesituatie bevind. Zelfs op een slechte dag ben ik niet echt aan het afzien, hè. Dat is luxe-lijden.’

Onvoorwaardelijk

Meer dan eens duikt er een kindersnoet op aan de andere kant van de glazen balkondeur. ‘Je kunt zien hoe essentieel ik ben in dit gezin.’ Een grijns. Straks zal ze met de jongste badmintonnen op het gedeelde koertje beneden. Dat je gauw tevreden bent als je in de stad woont, zegt ze erbij. Het kan ook dat ze de bus zullen nemen naar haar ouders in Londerzeel, waar ze is opgegroeid en er meer groen is dan beton.

Uit: ‘Een ander zijn geluk’

‘Eigenlijk wil je hen de hele tijd ­zeggen dat ze zich even moeten bezighouden omdat mama aan het werken is. Tegelijk voel ik een onvoorwaardelijke liefde voor hen. Ik wil dat absoluut goed doen. Ik wil niet dat ze ooit kunnen ­zeggen: “We hebben ons moeten opofferen voor ons mama haar ‘geweldige’ ­ideeën, en nog was ze nooit gelukkig.”’

Het zit er dus niet in om u te verliezen in het schrijven?

‘Dat is sowieso niet mijn sterkste kant. Ik ben me heel bewust van alles rondom mij. Maar als het schrijven goed gaat, ben ik wel erg gedreven. Ik word dan zo zenuwachtig dat ik niet meer kan eten of slapen. Heel vervelend is dat. Dan moet ik eerst alles opschrijven wat in mijn hoofd zit. Ik vermijd het daarom om ’s avonds laat te werken.’

Waar komen de ideeën en de inspiratie vandaan?

‘Ik voedde mij vroeger vooral met boeken en films. Ik las heel veel, voornamelijk fictie. Niet om het te gebruiken, maar om voortdurend input te hebben van een andere fantasiewereld. Films kijken is nog altijd belangrijk om uitgedaagd te worden, vooral in stijl. Vroeger had ik schriften vol notities. Maar de laatste tijd lijk ik minder goede films te zien. Het heeft er natuurlijk ook mee te maken dat ik destijds nog veel moest inhalen.’

Zegt u nu dat u ondanks het enorme aanbod aan platformen en titels niets gezien hebt dat indruk maakte?

‘Ik zie veel, maar weinig dat mij uitdaagt. Soms zit ik echt te wachten op iets goeds. Uncut gems, dat was nog eens een openbaring. Daar had je twee regisseurs (de broers Josh en Benny Safdie, red.) met een visie, die zwaar durfden te gaan in een stijl. Dat vond ik super­verfrissend. Het getuigt van een soort moed en energie waarvan ik stiekem denk: dat wil ik ook hebben.’

De moed om tegendraads te zijn, om te durven polariseren?

‘Ik moet toegeven dat ik niet kan inschatten of iets polariseert. Ik weet wel dat het mij geen voldoening geeft als iets zacht en lief is. Met mijn films wil ik een stap verder gaan dan wat al gedaan is. Ik wil onderzoeken wat er nog kan. Geen compromissen sluiten om makkelijk verteerbaar te zijn. De drang om iets bepaalds te willen vertellen, ook daar gaat het om. Dan is er tijdens het schrijven die klik: dát is waarom ik straks nog eens subsidies zal aanvragen.’

Bij al dat zoeken durft zelftwijfel vast al eens de kop opsteken. Is die met de ­jaren minder groot geworden?

‘Er zijn de voorbije periode momenten geweest dat ik zo vastzat dat ik dacht: misschien is het gedaan. Misschien was Home goed genoeg en houdt het daarmee op. Maar dat was zoiets raars om te denken. Wat moest ik dan doen, behalve een lieve mama proberen te zijn? Het leidde tot een enorme tweestrijd in mijn hoofd. Dan stopte ik soms een tijdje met schrijven. Of ik vond dat ik eerlijk moest zijn tegenover mezelf. Als er een periode in mijn leven was dat er geen goede film uitkwam, dan was dat zo. Daarom heb ik altijd heel hard gevonden dat ik het recht had om elk van mijn films te mogen maken. Elke film die ik maak, heeft een heel groot bestaansrecht. Ik kan echt iets bijdragen, daar ben ik absoluut van overtuigd.’

Uit: ‘Uncut gems’

Verdriet

De regisseuse is veel wat je niet verwacht – of toch voor wie denkt het een en ander te kunnen afleiden uit haar films. Ze praat makkelijk en lacht graag. ‘Humor is een manier om mij te wapenen tegen wat ik heel hard voel. Tegen de zwaarte van het leven en de wereld. Maar weet ook dat ik het leven hilarisch grappig vind.’

Het is anders niet zo hilarisch in uw films.

‘Er zit wel altijd humor in, ook al kunnen veel mensen dat moeilijk geloven. Situatiehumor en absurditeiten vooral. Het zijn kleine dingen die voor ont­lading zorgen, geen billenkletsers. Maar ik geef toe dat ze donker zijn, dat er veel verdriet en melancholie in zit. Ik voel nu veel minder de drang om dat aan de ­oppervlakte te laten komen. Aan mijn films zie ik heel hard wie ik toen was. Het is een versie van mezelf die ik gepasseerd ben.’

Is het schrijven dan steeds een soort zelfonderzoek?

‘Ik denk het wel. Hoewel, ik zeg dat niet graag in die zin. Ik wil niet de indruk geven dat schrijven een therapie is, want het voelt niet aan alsof ik mezelf aan het redden ben. Het gaat echt over wat ik wil maken om gezien te worden.’

Maar niet om op de lachspieren te ­werken?

‘Onnozele scènes zijn voor mij nochtans het makkelijkst om te bedenken. Ik had een tijdje het plan om daar wat mee te doen. Geen verhaal, enkel grappige scènes. Maar het werd zo’n puinhoop van situaties, dat ik geen rode draad zag. Veel komische films gaan ten onder aan een verhaal dat tussen de grappen door verteld moet worden. Die fout wilde ik niet maken. Uiteindelijk zal mijn nieuwe film gaan over een van die personages, een jong meisje op wie ik tijdens het schrijven verliefd ben geworden. Meer wil ik er voorlopig niet over kwijt. Ik ben bang dat ik het anders kapotmaak. In ieder geval, het was de eerste keer dat ik van zo weinig concreet materiaal ben vertrokken.’

Uit: ‘Een ander zijn geluk’

Wat kan dat materiaal dan zoal zijn?

‘Bij Home was dat een documentaire over jeugddelinquenten. Een van die jongens was misbruikt door zijn moeder. Ik heb ook veel Youtube-filmpjes bekeken van jongeren – de grootste truut eerst. Ik wilde weten waar zij zich mee bezighielden. Dat was niet alleen superinspirerend, ik heb mij er ook een kriek mee gelachen. Research, noem ik dat dan. Maar iets eenvoudigs als een foto of een schilderij kan even goed een vertrekpunt zijn.’

U woont in Molenbeek. Inspireert deze plek u om verhalen te vertellen die ­anders in onze bioscopen te weinig aan bod komen?

‘Daar worstel ik enorm mee. Ik ben ­bezig met wat buiten mijn leefwereld gebeurt, maar ik krijg het niet in mijn films gestopt op een manier dat het klopt. Met Home heb ik dat in een vroege versie van het scenario geprobeerd, het voelde erop geplakt. (aarzelend) ­Ergens ben ik ook bang dat ik daarmee andermans miserie misbruik. Maar ik voel mij niet schuldig omdat ik dat niet doe. Anders zou iedere kunstenaar verplicht zijn om het daarover te laten gaan.’

Gewoon doen

Troch is filmmaker sinds haar eerste kortfilm in 1998, maar tegenwoordig is ze meer dan ooit een vrouwelijke filmmaker. Ik hoef het maar op te merken en ze begint al te schuifelen op haar stoel. ‘Ik vind dat een moeilijk onderwerp. Als ik er mijn mond over opendoe, moet ik het achteraf vaak horen.’ Niet dat ze het niet belangrijk vindt, maar ze stelt zich er vragen bij. ‘Mijn boodschap is altijd geweest: niet te veel klagen, gewoon maken. Maar stilaan ben ik wel gaan beseffen dat het uit balans is.’ Al vindt ze dat de focus er vandaag wel sterk op ligt. ‘Het gevaar bestaat dat we op de duur vooral gaan kijken of iets door een man of een vrouw is gemaakt, en te weinig of het een goede of slechte film is. Ook als vrouw wil je tenslotte dat het om de kwaliteit van je film draait.’

‘Het is te veel een witte mannelijke visie die aan bod komt, daar ben ik het mee eens. Dat moet absoluut doorgeprikt worden. Hoewel je als vrouw toch geen geld wilt krijgen om een film te maken, enkel en alleen om een evenwicht te creëren. Maar als iets moet veranderen, zijn er misschien eerst ­extremen nodig? (zucht) Wat ik wil zeggen, is dat het heel ingewikkeld is voor mij.’

Hoe kijkt u aan tegen een initiatief als het productiehuis Man Up, dat de ­Nederlandse actrices Halina Reijn en Carice van Houten zijn gestart om films te realiseren waarmee ze de mannelijke blik in vraag willen stellen?

‘Waar ik fan van ben, is dat je gewoon dingen doet. Een productiehuis beginnen? Goed! Maar wat als er morgen een man voor de deur staat met een sterk scenario? Als je daar dan nee tegen zegt, stopt het voor mij. Het feit dat je vrouw of man bent, mag geen kwaliteitslabel zijn voor wat je doet.’

En wat met het streven naar meer ­gendergelijkheid in commissies?

‘Daar ben ik absoluut voorstander van. Ik zal het nog extremer stellen: stop er gerust enkel vrouwen in. Maar dan ­moeten ze bij het beoordelen wel het lef hebben om het te durven zeggen als er geen enkel sterk scenario van een vrouw tussen zit.’ 

(Verschenen op 1 augustus 2020 in dS Weekblad.)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s