Hoe kan het dat filmacteurs zo goed verstaanbaar zijn in luidruchtige scènes?

Acteurs zijn immer verstaanbaar, vaak zelfs ondanks het kabaal rondom hen. Hoe is dat in godsnaam mogelijk?

Timothée Chalamet kroont zich tot Henry V in The king, een historisch epos vol wapengekletter. Voor onze theaterrecensent Filip Tielens was het een mysterie hoe de populaire acteur en zijn tegenspelers toch zo verstaanbaar konden zijn. Had de cast misschien achteraf in een studio de dialogen opnieuw ingesproken?

11040.w1024.36381a5.26b78e6.q80
‘The king’

Jan Deca sluit niet uit dat het gebeurde, al voegt hij er als ervaren production soundmixer meteen aan toe dat er alles aan gedaan wordt om dat te vermijden. ‘Zowel de regisseur, acteurs als de geluidsploeg vechten er steeds voor om alle dialogen tijdens het draaien optimaal te capteren. Al kan het gebeuren dat in sommige scènes de actie primeert en de geluidsopnames van de dialogen onbruikbaar zijn. In dat geval moeten ze wel achteraf in een studio opnieuw worden ingesproken. Maar dat is altijd plan b.’

Tarantino

Postsynchronisatie, heet dat in het jargon. ‘Een acteur moet er doorgaans na de opnames een dag voor vrijhouden. Niet iedereen heeft er het talent voor, niet elke regisseur wil het. Het is immers altijd een stap terug. In de nieuwste Tarantino, bijvoorbeeld, werd geen enkele zin opnieuw ingesproken.’

Enkele jaren geleden werkte Deca nog mee aan The white queen, een internationale reeks die speelde in het vijftiende-eeuwse Engeland en onder meer Veerle Baetens aan boord had. Net als in The king waren het ook toen vechtjassen met zwaarden die paarden bestegen. Hij weet dus wel het een en ander af van zo’n middeleeuwse set. ‘Met eenvoudige trucjes kan je er de decibels aanzienlijk in toom houden. Het gebeurt dat acteurs simpelweg vechten met kartonnen zwaarden. Dat lijkt misschien vreemd, maar visueel is er geen verschil.’ Uit de making of van The king, die je op Youtube vindt, komen we niets te weten over de zwaarden, wel dat de acteurs voor sommige scènes hun metalen harnassen inruilden voor varianten uit polyurethaan, een soort plastic. Dat geeft niet zo’n hels kabaal, wat het dus veel makkelijker maakte om de dialogen te kunnen vastleggen.

love-and-death-310948-still-path
‘The white queen’

Zilverwerk

De geluidstechnicus verklapt dat er wel meer items bestaan in zulk decibelvrij materiaal. ‘Enkele dagen geleden kocht ik nog een set zilverwerk, dat in werkelijkheid eveneens van plastic is.’

Hoe komt het dan dat we in deze films toch gekletter en gerinkel horen? Simpel: de geluiden worden afzonderlijk in een studio nagebootst en in de montage toegevoegd. Aan die imitaties komt een klankacteur of bruiteur als Elias Vervecken te pas. ‘Neem nu subtiele geluiden zoals voetstappen of het schuren van kledij’, zegt Vervecken. ‘Die zijn haast onmogelijk op te nemen op een set. Daar spreekt men dan een bruiteur voor aan. Vanuit een economisch oogpunt is dat eveneens interessanter want het vraagt minder tijd om het op die manier op te lossen.’

‘In gevechtsscènes moeten de geluiden de nodige impact hebben. Dat is dan weer het werk van een klankmixer, die ze extra hoorbaar maakt. Het is een kunst op zich – ook de balans tussen zulke gevechtsgeluiden en de dialogen.’

Jan Deca wijst erop dat daar tijdens de opnames een uitgekiende choreografie aan te pas komt. Hij legt het uit met een ander voorbeeld. ‘In een caféscène zal nooit iemand een glas neerzetten terwijl een ander aan het woord is. De opname van de dialoog zou verstoord worden.’

(Verschenen op 2 januari 2020 in De Standaard.)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s