Robin Hood | Otto Bathurst

Hollywood blijft maar terugkeren naar de legende van Robin Hood. Of dat een goede zaak is? Dat hangt deze keer af van hoeveel computergegenereerde effecten en historische onjuistheden u verdraagt.

‘Ik zou je moeten zeggen in welk jaar het was, maar ­eigenlijk weet ik het niet precies.’ Deze vogelvrije ­benadering van de Robin Hood-legende windt er geen doekjes: data en historische krijtlijnen zijn afstompend. Van een loopje met de ­geschiedenis zijn ze niet vies. Zo be­keken is dit luchtige spektakel helemaal een film van nu. Wie geeft er immers nog een fluit om de feiten?

ca5c23a0-f189-11e8-866a-f6e389081274

Ze hadden vast Mark Twain in het achterhoofd, die stelde: ‘Laat de waarheid nooit een goed verhaal in de weg zitten.’ Op een gewichtig epos zijn ze niet uit. Dat draaide Ridley Scott acht jaar geleden al met Russell Crowe als de rechtschapen vrijbuiter.

Waar is het hen dan wel om te doen? Simpel: entertainment. Robin Hood is een popcornfilm die het grote publiek wil vermaken met een sensationeel en losbandig avontuur. Natuurlijk kom je dan niet aanzetten met droge ernst en voetnoten. Met wat wel? Digitale animatie, verdorie! Waar het allemaal wat magertjes dreigde uit te vallen, heeft een team van techneuten met flashy computertrucjes een handje toegestoken.

Leonardo DiCaprio

Een meesterwerk levert het niet op, maar voor zo’n eigentijdse aanpak van een grijsverfilmde legende valt zeker wat te zeggen. Dat moet ook Leonardo DiCaprio gedacht hebben. Met zijn filmbedrijf Appian Way Productions en zakenpartner Jennifer Davisson is hij de gangmaker achter dit project. Dat het hen menens was: een monsterbedrag van 100 miljoen dollar stortten ze in de film.

Een naam als de zijne schept natuurlijk verwachtingen. In dit geval: van het bedrieglijke soort. In een adem met The revenant zal deze ­Robin Hood nooit genoemd worden. Schrijft de internationale pers daarom de film regelrecht de grond in? Wij kregen in de bioscoop anders al veel rottere zooi op ons bord.

Dat de Oscarwinnaar vanaf de meet schaamteloos licht vertier voorzag, blijkt uit de acteur in de ­titelrol: de Welshe Taron Egerton. Hij maakte naam naast Colin Firth in de Kingsman-films. Ook die bekijkt u maar beter met uw brein in off­modus. Wat dan gek is: Egerton had eerst zijn twijfels bij dit project, alsof flitsende niemendalletjes niet zijn ding zijn.

Robin-hood-header

Van hem kan je veel zeggen – dat hij geen groot talent is, bijvoorbeeld – maar deze knul weet hoe je plezier stopt in een vertolking. Als Robin van Loxley komt hij samen met zijn Moorse leermeester (Jamie Foxx, ook in zijn element) in opstand tegen de corrupte sheriff van Nottingham (Ben Mendelsohn).

Net als deze jongens permitteert het verhaal zich nogal wat vrijheden. Of organiseerden boogschutters zich destijds bij elke aanval werkelijk als een cel van het Bijzonder Bijstandsteam? Laat het duidelijk zijn: wie struikelt over dit soort speelse ongein heeft hier niets te zoeken.

Van Kevin Costner tot Disney

Het valt op hoe filmmakers en -studio’s naar klassieke verhalen blijven terugkeren. Van Les misérables en De drie musketiers tot het halve oeuvre van Charles Dickens. In dat rijtje past Robin Hood helemaal.

Vóór Ridley Scotts epos parodieerde een guitige Mel Brooks – wie anders? – deze legende. Dat deed hij alweer 25 jaar geleden, nadat Kevin Costner de notoire dief met de nodige pathos had vertolkt in Robin Hood: Prince of thieves. Nog verder terug in de tijd was de rebel een al wat oudere knar: Sean Connery legde het een laatste keer aan met ­Marian (gespeeld door Audrey Hepburn) in Robin and Marian. In 1973 had zelfs Disney zijn animatieversie met de held in de gedaante van een vos, terwijl de sheriff een wolf was.

a62e07f0be56b155-600x338

Dat de mythe met elke film een andere invalshoek kreeg, bewijst hoe rijk die wel is. Maar haast net zo vaak als makers er de tanden inzetten, ­beten ze die erop stuk. Voor een mateloos bejubelde adaptatie moet je al terugspoelen tot 1938, toen Michael Curtiz – vier jaar voor CasablancaThe adventures of Robin Hood regisseerde met Errol Flynn en Olivia de Havilland. Dat was voor zijn tijd een peperdure en rotambitieuze onderneming die zijn plek kreeg in de geschiedenisboeken.

Nu willen DiCaprio & co. vooral de fans van superheldensaga’s naar de zaal krijgen. Vreselijk diep hoeft het dan ook helemaal niet te graven. Van een aparte ironie blijft het wel, dat verlangen van gefortuneerde producenten om te verdienen aan een dief die de zakken van de rijken net wat lichter wilde maken.

(Verschenen op 27 november 2018 in De Standaard.)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s