The other side of the wind | Orson Welles

Orson Welles stierf 33 jaar geleden, maar op het filmfestival van Venetië ging niettemin een nieuwe film van de man in première: The other side of the wind, die nu op Netflix staat. 

Zijn leven lang orakelde ­Orson Welles dat hij met zijn volgende film de geschiedenis zou ingaan. Terwijl hij met Citizen Kane natuurlijk al lang zijn plek veroverd had.

e76c5e60-e829-11e8-8aaa-866e732217b7

Hij was 70 toen hij in 1985 aan een hartaanval bezweek. Dat had vast nog meer te maken met zijn postuur, dan met het filmproject waarop hij in de laatste vijftien jaar van zijn leven de tanden had stukgebeten. Zonder ophouden hadden juridische en financiële obstakels hem gedwarsboomd. De titel was uiteindelijk van het weinige dat vaststond: The other side of the wind. Met meer dan 100 uur aan ingeblikte scènes lag nog veel open.

Dit moest ’m zijn, geloofde men op den duur links en rechts, dé klepper waarmee de iconische filmmaker zichzelf postuum zou overtreffen.

Peter Bogdanovich

Latere zwaargewichten zoals Hollywoodproducent Frank Marshall en regisseur Peter Bogdanovich waren vanaf het begin betrokken. Zij deden sinds Welles’ dood pogingen genoeg om dat vermoede meesterwerk te voltooien. Maar zelfs een crowdfunding wist niet de nodige centen binnen te halen.

Tot anderhalf jaar geleden bekendraakte dat Netflix – u weet wel, dat duivelse verbond tegen cinema – de rechten had gekocht om de film af te werken zoals Welles die voor ogen had.

The other side of the wind is nu te bekijken via de streamingdienst, net zoals They’ll love me when I’m dead, een documentaire die vanaf begin jaren 70 tot Welles’ dood achter de schermen gluurt van wat al die tijd zijn comeback moest worden.

Peter Bogdanovich, John Huston in Orson Wells' "The Other Side Of The Wind"

Wie beide bekijkt, zal al snel aan Terry Gilliam moeten denken. Je kan er immers niet omheen dat de making of rijker is dan de film zelf (zoals ook Gilliams gevecht tegen windmolens in Lost in La Mancha meer indruk maakte dan het uiteindelijke The man who killed Don Qui­xote).

John Ford

Welles’ film is een spiegelpaleis over ene Jake Hannaford (gespeeld door de legendarische John Huston), een koppige regisseur op leeftijd die in de clinch ligt met zijn geldschieters. Scènes uit de film die hij op dat moment aan het draaien is, doorkruisen die verhaallijn. Intussen lopen in Hannafords kielzog journalisten die het mysterie rond zijn persoon willen ontrafelen.

Met Adaptation schreef Charlie Kaufman zichzelf in 2002 in zijn eigen scenario, maar nu blijkt dat Orson Welles daar dertig jaar eerder al een handje van weg had.

Een klassieke fictiefilm is het beslist niet, veeleer een vroege mockumentary. Maar dan nog valt er in stijl, ritme en verhaal niet veel touw aan vast te knopen. Met They’ll love me when I’m dead ernaast krijgt het gelukkig wat meer om het lijf. Al blijft dit bovenal voer waar filmstudenten, academici en andere geeks iets aan zullen hebben.

(Verschenen op 15 november 2018 in De Standaard.)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s