Befaamde horrorklassieker vergaarde halve eeuw stof in Belgisch Filmarchief

Het filmfestival van Venetië pakt eind deze maand uit met de restauratie van Paul Wegeners Der Golem, een stille huivertrip uit 1920. Hoe is het mogelijk dat het originele negatief jarenlang ongemerkt in het Belgisch Filmarchief zat?

Het gezin is de hoeksteen van alle gruwel. Bekijk het recente ­Hereditary of Get out en geef ons maar eens ongelijk: wij zetten straks elk kerst­etentje met een bang hart in onze agenda. Een eeuw geleden werkten horrorfilms helemaal anders. De bios­coop was toen een spookhuis waar on­doden, weerwolven en monsters voor acute ademnood zorgden. Aan de keukentafel voelde je je tenminste nog veilig.

Golem; der (6) (Wegener)

Mary Shelley’s Frankenstein en Graaf Dracula van Bram Stoker kregen elk op hun beurt hun tijd op het witte doek. Maar als een van de eersten kwam in 1915 de golem aan de beurt, een mensachtig kleimonster uit de Joodse volkscultuur. Hij redde in het 16de-eeuwse Praag de joden van vervolging, zo gaat de mythe.

Paul Wegener had een grenzeloze fascinatie voor deze reus. Niet alleen voerde de Duitse acteur en regisseur hem op in wel drie films, hij speelde deze plompe jongen ook gewoon zelf. Aandoenlijk en onbeholpen, als een voorloper op Boris Karloffs monster van Frankenstein uit 1931.

Met gestileerde studiodecors en een uitgesproken beeldtaal schilderde Wegener in zijn oeuvre de grondlaag van het Duitse expressionisme. Zijn invloed schemert door in latere meesterwerken als Murnaus Nos­feratu en Metropolis van Fritzl Lang.

Maar van zijn kleimonsterfilms bleef alleen de laatste integraal bewaard, Der Golem: wie er in die Welt kam uit 1920. Die oldschool huivertrip overleefde in een stuk of wat versleten projectiekopieën (en kopieën van die kopieën). Daar moest elke filmhistoricus het mee doen.

Filmschatten op zolder

Ook het Belgisch Filmarchief bewaarde in haar collectie zo’n duplicaat – of dat dacht het toch. Tot het enkele jaren geleden stomverbaasd vaststelde dat het al die tijd het originele negatief bezat. Niemand die verwachtte dat ooit nog te kunnen opdiepen.

GOLEM | DEREen vreugdegilletje weerklonk in het Duitse Wiesbaden, waar de Murnau Stiftung over het nationale film­erfgoed waakt. Gevolgd door een tweede kreetje: het bleek de versie van Der Golem die destijds voor de Duitse filmhuizen bestemd was. Met Duitstalige tussentitels! In de typografie van toen!

Ook filmtechnisch is het de belangrijkste versie. In die tijd kon je pellicule immers niet zo gauw kopiëren, wat men oploste door acteurs tegenover wel vier of vijf camera’s te laten spelen. De thuismarkt kon rekenen op de film die ingeblikt was vanop de meest gunstige plek. Met de andere versies plezierde men overzeese continenten.

Hoe het dan gebeurde dat het Belgisch Filmarchief al sinds de jaren 60-70 nietsvermoedend in het bezit is van het negatief? Dat valt niet los te koppelen van hoe zij het in handen kregen. Of van de man die Paul Wegener was tijdens de Tweede Wereldoorlog: een zogenaamde ‘Staats­acteur’, die onder de nazi’s zeven films maakte en zich dus ook met het regime vereenzelvigde.

Vette boon voor folklore

Op het eerste gezicht valt dat misschien moeilijk te rijmen met zijn voorliefde voor Joodse volksmythologie, maar weet dat hij net zo goed Repelsteeltje, Doornroosje en De rattenvanger van Hamelen bewerkte. Om maar te zeggen: deze man had een vette boon voor verhalen met een folkloristische, sprookjesachtige inslag.

Het verbaast dan weer niet dat het negatief van Der Golem na de oorlog in Moskou belandde. Met de in­beslagname van het integrale nazi-filmarchief door het Sovjetleger was het daar terechtgekomen. Voor hen was het een pot propaganda en verderf.

GOLEM | DERAangestoken door een reeks noodlottige voorvallen zag men later wereldwijd in dat de uiterst brand­bare nitraatpellicule gevaarlijk was voor massastockage. In heel wat ­landen zette men deze films daarom over op een veiligere drager en werden de originele negatieven vernietigd.

‘Behalve dan in Moskou, waar de archivaris niet deed wat hem opgedragen was’, weet Bruno Mestdagh van Cinematek. ‘In plaats van de pellicules te vernietigen, contacteerde hij Europese archieven om ze te ruilen voor hun dubbele kopieën. Voor westerns met John Wayne en James Bond-films, bijvoorbeeld. Destijds vond je die ginder niet.’

Als nieuw

Een duplicaat voor een duplicaat: zo voegde het Belgisch Filmarchief enkele honderden titels toe aan haar collectie. Waaronder bij toeval het origineel van Wegeners vroege horror. Door de goede staat van het negatief wist de Murnau Stiftung de film zo getrouw te digitaliseren, dat het naar eigen zeggen de korrel van de oorspronkelijke pellicule benadert. Zo wordt een oude film weer zo nieuw als toen.

Op 28 augustus staat de vooropening van het filmfestival van Venetië in het teken van deze gerestaureerde filmklassieker. De Albanees-Italiaanse componist Admir Shkurtaj levert de soundtrack.

(Verschenen op 21 augustus 2018 in De Standaard.)

>> Meer berichten over het 75ste Filmfestival van Venetië

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s