Tarde para la ira | Raúl Arévalo

Na acht jaar geduld oefenen is een man klaar om de dood van zijn geliefde te wreken. Dit beklemmende regiedebuut zet de Spaanse acteur Raúl Arévalo meteen op de kaart als filmmaker.

Acteurs die zich ­nestelen in de regiestoel: niemand kijkt er nog van op. Maar  zelden schiet een proefstuk zo zorgvuldig raak als Raúl Arévalo’s Tarde para la ira . In 2014 was hij nog te zien in het bejubelde La isla mínima, een grauwe politiefilm die het genre naar zijn hand zette. De Spanjaard maakt nu voor het eerst zijn opwachting achter de camera.

Voor een berekende en onderkoelde wraakvertelling neemt Arévalo ons mee naar zijn geboortestreek: de ruige Madrileense barrios. Een plek waar duistere verledens ­worden toegedekt onder kuise dromen en de realiteit steeds tot nuchterheid stemt.

ICULT PELICULA  TARDE PARA LA IRA

José (Antonio de la Torre) is een somber man. Even onpeilbaar als zwijgzaam. Gaandeweg komen we te weten dat hij kauwt op een verdriet om zijn dode geliefde. Acht jaar eerder kwam zij brutaal om het leven bij een roofoverval. De daders konden ontkomen, maar José is vastbesloten om zijn gram te halen. Hun chauffeur Churro (Luis Callejo) werd destijds geklist. Hij staat nu op het punt om vrij te komen.

Tarde para la ira is een broeierige queeste naar waarheid en gerechtigheid. Behoedzaamheid is op zijn plaats. In zijn hang naar vergelding kost het ondenkbare José immers weinig moeite. Met deze vertolking zet Antonio de la Torre ook de kijker het mes op de keel. Aan hem valt niet te ontkomen. Luis Callejo schittert als zijn minder beredeneerde tegenpool. Maar het is Ana (Ruth Díaz) die de spanning tussen beide heren naar een kookpunt stuwt. Acht jaar lang heeft zij op Churro gewacht, maar op een zucht van zijn vrij­lating verovert José een plaats in haar leven. Al heeft ze geen weet van zijn noodlottige verleden, noch van zijn motieven nu.

Zuiders machismo

Regisseur Raúl Arévalo knipoogt schalks naar de klassieke western. Zo gaat de koene held in een sfeer van zuiders machismo recht op zijn doel af. In enkele shots legt hij ook visueel de link, al blijft het subtiel. Dat hij oog heeft voor de weidse landschappen aan de rand van de Spaanse grootstad hoeft niet te verbazen. Acht jaar lang – dat kan geen toeval zijn – stelde de cineast alles in het werk om de film te kunnen ­realiseren zoals die in zijn hoofd speelde. Hij zou koste wat kost draaien op 16 mm – en dat kóst. Bovendien weigerde hij het verhaal te schaven naar een breed publiek. Arévalo heeft zijn artistieke vrijheid hardnekkig bevochten, maar het resultaat staat er.

416890

Het filmfestival van Venetië ­selecteerde Tarde para la ira in een belangrijke nevencompetitie en bekroonde Ruth Díaz’ geraffineerde vertolking. Bij de uitreiking van de Goya’s – de Spaanse Oscars – werd Raúl Arévalo’s eersteling meteen uitgeroepen tot beste film. Hij ging ’s lands favoriete zoon Pedro Almodóvar en diens Julieta voor.

In de Spaanse buitenwijken weegt het verleden als lood, zo leert Tarde para la ira ons. De grens tussen slachtoffer en dader laat zich niet eenduidig trekken. Wrok is immers des mensen, net als berouw. Welke levenshouding superieur is, laat Raúl Arévalo wijselijk in het midden.

(Verschenen op 25 april 2017 in De Standaard.)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s