Florence Foster Jenkins | Stephen Frears

Een biopic als Florence Foster Jenkins, over ’s werelds slechtste sopraan, doet op z’n minst een kwalijke walm van leedvermaak vermoeden. Gelukkig is Meryl Streep er de actrice niet naar om zich tot zo’n karikaturaal vergrijp te verlagen.

In 2007 was Meryl Streep als Miranda Priestly – of was het Vogue-gezicht Anna Wintour – te zien in The Devil Wears Prada, en toegegeven, ook wij hebben toen naar adem gehapt. Een even vilein als verfijnd mode-icoon, zo waren we onze grande dame van de hedendaagse cinema niet gewend. Als actrice had ze net de gewone vrouw naar het grote scherm gebracht. Povere scenario’s die op z’n best middelmatig zaterdagavondgesnotter beloofden, verhief zij tot Oscarkanshebbers. Denk maar aan The Bridges of Madison County, One True Thing of Kramer vs. Kramer.

Als Miranda Priestly brak ze met die onuitgesproken traditie. Personages met een al te hoog huis-, tuin- en keukengehalte wees ze de deur om lijf en leden ten dienste te stellen van de meest uitgesproken karakters. Van Aloysius Beauvier (de rigoureuze hoofdzuster in Doubt) en televisiekok Julia Child (Julie & Julia) over de mentaal wankele Violet Weston (August, Osage County) tot, jawel, zelfs Engelands meest omstreden eerste minister Margaret Thatcher (The Iron Lady).

flor

Florence Foster Jenkins sluit helemaal aan bij die parade van vreemde snuiters. In het New York van de jaren dertig leeft deze volkse aristocrate in haar eigen zelfgenoegzame bubbel. Samen met haar echtgenoot en manager St. Clair Bayfield – dat is zijn naam, ja – bezit ze de Verdi Club. Op de planken brengen zij toneel van een bedenkelijke kwaliteit dat, opgesmukt met groteske tussenkomsten van gevederde figuren, potsierlijk naar goedkeuring hengelt. De zaal zal er hen gelukkig niet gauw op afrekenen. Dat heeft alles te maken met het warme hart – lees: het kapitaalbedrag – dat Florence de New Yorkse cultuurscène toedraagt.

Dat geërfde kapitaal wordt ook ingezet om haar grote droom waar te maken: een carrière als gevierde operazangeres. Dat Florence niet in staat is ook maar één toonvaste noot uit te brengen, is niet erg. St. Claire zorgt dat ze omringd wordt door (fors betaalde) ja-knikkers die meegaan in het verhaal dat zij zichzelf aanpraat. Het maakt deel uit van de onuitgesproken rolverdeling tussen hen beiden.


Voor het eerst

In Florence Foster Jenkins is een belangrijke rol weggelegd voor Florence’s gebrek aan zangtalent, waarvan je je van meet af afvraagt in welke mate het je trommelvlies zal molesteren. Toch kan je niet wachten om haar te horen zingen. Nauwgezet wordt dan ook toegewerkt naar het moment waarop ze voor het eerst dat keelgat openspert. We zien zowel haar stemcoach als St. Clair – Hugh Grant is in goede doen, je vraagt je af wat hij al die jaren in ondermaatse romcoms uitvrat – die haar goedkeurend en vol bewondering toeknikken. Tegelijk zijn we getuige van de verbouwereerde aanblik van de pianist-van-dienst – je herkent Howard Wolowitz (Simon Helberg), de meest opportunistische van de bende schlemielen uit The Big Bang Theory – die onbewust met opengeklapte mond het tafereel gadeslaat.

flor2

Eens die scène achter de rug heb je het min of meer gehad. De geest is uit de fles, de mop is verteld. Wat rest is erg summier om de film boeiend te houden voor de tijd die rest – wat nog ruim een uur is. Stephen Frears (The Queen, Phelomena, de Lance Armstrong-biopic The Program) mag dan degelijk vakwerk afleveren, het volstaat nauwelijks. De film valt, als een obese dame op glad tegelwerk, pardoes op z’n kont. Zelfs de stevige concurrentie die Meryl Streep krijgt van zowel Hugh Grant als Simon Helberg kan daarin nauwelijks verandering brengen.

In Florence Foster Jenkins kan je nog een late kritiek lezen op het wansmakelijke overaanbod aan talentenjachten dat de commerciële televisiekanalen het voorbije decennium uitbraakten, al heeft Stephen Frears – hij verweet de pers onlangs nog (te) overijverig zijn films uit te spitten – het wellicht allemaal zo niet bedoeld.

Misschien wordt het tijd dat Frears toch maar weer ‘ns een andere toer opgaat dan de gefictionaliseerde biopic?

Quote: ‘We live in a happy world.’ (St. Clair Mayfield / Hugh Grant)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s